|
Zwolle - Sinds 2002 wordt gewerkt aan de realisatie van een kunstwerk voor het gebied Werkeren te Stadshagen. Binnen
dit project is in de loop van de jaren vertraging ontstaan en onlangs is duidelijk geworden dat de kans bestaat dat
het kunstwerk wegens mogelijk faillissement van de kunstenaar niet gerealiseerd wordt en het geïnvesteerde
budget daarmee verloren is. Er is alleen een fundament voor het kunstwerk geplaatst.
Er is tot en met 2009 ongeveer 220.00 euro aan de kunstenaar betaald voor het kunstproject ‘Geheugentheater’ Werkeren. Die kosten werden aan de kunstenaar vooruit betaald voor het meedenken in de ruimtelijke plannen voor het gebied, het doen van onderzoek naar de invulling van een kunstwerk en het maken van ontwerpen hiervoor. Er was later ook nog sprake van hogere materiaalkosten. Ook dat werd in 2007 betaald. Elke keer kwam de kunstenaar zijn afspraken niet na. Uiteindelijk werd door de Commissie beeldende kunst het college geïnformeerd. De kwestie is voor komende maandag op de raadsagenda gezet. De ontstane situatie bij het kunstproject Werkeren roept om maatregelen ter voorkoming dat zulks weer zal
gebeuren. Op de naleving van het contract is niet scherp gestuurd, niet door de commissie beeldende kunst en niet door de
ambtelijke organisatie. Er werden in goed vertrouwen voorschotten verstrekt zonder afdoende garantie op levering
en daar bestond onvoldoende controle op vanuit de ambtelijke organisatie.
Aan de kunstenaar is een laatste termijn gesteld voor de oplevering van het kunstwerk op 1 maart 2012. In lijn met de ingebrekestelling is de kunstenaar per (aangetekende) brief gevraagd om een financieel overzicht van de aan het project bestede gelden en daarnaast om de gemeente wekelijks schriftelijk op de hoogte te stellen van de stand van zaken met betrekking tot (de uitvoering van) het project. Deze verzoeken zijn juridisch niet afdwingbaar. Als de kunstenaar de nadere termijn niet benut, zal bij de rechter een gerechtelijk bevel tot nakoming op straffe van een dwangsom gevorderd worden.
Hieronder worden de ontstane situatie geschetst, wordt geanalyseerd hoe dit heeft kunnen ontstaan en worden de verbetermaatregelen en genomen juridische stappen toegelicht.
De situatie
In 2002 wordt het (kunst)project Werkeren gestart. De Commissie beeldende kunst doet in dat jaar een oproep waarmee zij in contact wil komen met een kunstenaar die inbreng kan leveren in het ontwerpteam van het brede project Werkeren. In dit project worden de plannen ontwikkeld voor de toekomstige bestemming en vormgeving van het gebied. Tevens wordt van de kunstenaar verwacht dat hij een ontwerp schetst voor een kunstproject dat hiervan deel zal uitmaken. De commissie draagt een kunstenaar voor aan het college die de voordracht overneemt. De beginfase van de werkzaamheden van de kunstenaar bestaat uit het meedenken in de ruimtelijke plannen voor het gebied, het doen van onderzoek naar de invulling van een kunstwerk en het maken van ontwerpen hiervoor. In deze fase is reeds het grootste deel van het oorspronkelijke totaalbudget ten bedrage van€ 142.817,-- aan de kunstenaar uitbetaald.
In 2006 sluit de commissie een overeenkomst met dezelfde kunstenaar voor de daadwerkelijke uitvoering van een
kunstwerk (genaamd het Geheugentheater). De daarin opgenomen opleverdatum blijkt niet haalbaar door
vertragingen binnen het bredere project in het gebied Werkeren. De kunstenaar geeft aan dat de kosten van het
kunstwerk door de vertragingen en door hogere materiaalkosten hoger zijn dan in de ontwerpfase gedacht. Op
basis hiervan wordt het restant van het budget voor de uitvoering van het kunstwerk, reeds in 2006 en 2007
volledig uitbetaald. Voorts wordt op basis van dezelfde redenering in 2008 en 2009 op verzoek van de kunstenaar
extra budget uitgetrokken van respectievelijk € 50.000,-- en € 35.000,-- (afkomstig uit percentagebudget
Stadshagen 1). Ook dit budget wordt vervolgens in 2008 (geheel) en in 2009 (grotendeels) uitbetaald.
Ondanks de vertragingen lijkt het project in 2009 goed te verlopen, in het najaar geeft de kunstenaar aan dat de
oplevering kan plaatsvinden voor de zomer van 2010. Dan ontstaan echter eind 2009 problemen in zijn privésfeer
die gevolgen hebben voor het werk. Hij geeft aan dat dit in het voorjaar van 2010 allemaal afgehandeld zal zijn en
dat het project dan voortgang zal krijgen. De commissie toont hiervoor begrip. Op haar verzoek ontvangt de
commissie voorjaar 2010 een verklaring waarin de kunstenaar zijn verantwoordelijkheid voor de afronding van het
project binnen de beschikbare middelen bevestigt.
Vanaf het voorjaar van 2010 voert de kunstenaar steeds redenen aan waarom het project niet volgens planning
verloopt. Aan het eind van het jaar geeft hij echter aan dat het kunstwerk per 1 mei 2011 gerealiseerd zal zijn. Op
zijn verzoek wordt de onthullingdatum gepland op 13 mei 2011. In april blijkt er echter geen voortgang te zijn op
het terrein. In de periode hierna heeft de commissie beeldende kunst diverse gesprekken gevoerd met de
kunstenaar over een nieuwe onthullingdatum. In juli geeft hij door dat de opdracht tot het laten maken van de
laatste stenen aan een producent gegeven is en enkele weken later dat het kunstwerk in november 2011
opgeleverd wordt.
De afspraken worden echter wederom niet nagekomen. Hierop geeft de commissie in oktober aan de kunstenaar
te kennen dat hij juridische stappen kan verwachten omdat de commissie ernstige twijfels heeft over de realisatie
van het project. Begin november geeft de kunstenaar aan dat hij in zware financiële problemen verkeert en dat
hem een persoonlijk faillissement boven het hoofd hangt. In dit stadium is het college door de commissie in kennis
gesteld van de ontstane situatie. Tot op heden is onduidelijk hoe groot de kans op faillissement is.
Op dit moment ligt alleen de fundering van het kunstwerk op de locatie. Voor het overige zit het door de
kunstenaar ontvangen budget in (grotendeels aanbetaalde) materialen, ontwerpen en honorarium. Bij faillissement
is de kans dat het kunstwerk afgebouwd zal worden nihil en dan is ook de vraag hoeveel een terugvordering van
het betaalde budget oplevert. De gemeente zal dan immers slechts één van de schuldeisers zijn.
Analyse
Geconstateerd moet worden dat in 2006 niet scherp is gekeken naar de inhoud van de overeenkomst. Er is
gebruik gemaakt van een standaard opbouw van de overeenkomst die (zoals toen gebruikelijk) slechts in beperkte
mate is aangepast aan en gespecificeerd voor dit specifieke project.
Op de naleving van het contract is niet scherp gestuurd, niet door de commissie beeldende kunst en niet door de
ambtelijke organisatie. Er werden in goed vertrouwen voorschotten verstrekt zonder afdoende garantie op levering
en daar bestond onvoldoende controle op vanuit de ambtelijke organisatie. De commissie en de ambtelijke
organisatie stellen zich tot begin 2011 volgend op bij vertraging. Er wordt geen deugdelijke onderbouwing
gevraagd waarmee de toezeggingen van de kunstenaar geverifieerd kunnen worden (bijv. door de kunstenaar
aan derden verstrekte opdrachten of een adequaat overzicht van besteding van gelden). Er zijn wel afspraken
gemaakt over de voortgang, maar deze zijn niet contractueel vastgelegd, temeer omdat de kunstenaar de planning
van een onthulling in gang liet zetten. De steeds opnieuw gewekte indruk dat het project op afzienbare termijn zou
worden afgerond leidde er ook toe dat noch de commissie noch ambtelijk betrokkenen vóór november 2011
stappen hebben gezet om het college te informeren.
Maatregelen
De ontstane situatie bij het kunstproject Werkeren roept om maatregelen ter voorkoming dat zulks weer zal
gebeuren. Dit heeft ertoe geleid dat stappen gezet worden om de taken van verschillende spelers bij
kunstprojecten op een andere manier in te vullen. Sommige stappen zijn al eerder gezet los van deze concrete
aanleiding.
Met de betaling van facturen wordt de afgelopen jaren reeds strikter omgegaan waarbij de contractueel
vastgelegde afspraken leidend zijn. Volledige betaling gebeurt uitsluitend bij afronding van de kunstopdracht.
De commissie beeldende kunst werkt inmiddels aan vollediger dossieropbouw. De afspraken die via contracten
met kunstenaars worden gemaakt zijn de afgelopen 2 jaar reeds aangescherpt. Er zijn afgezien van Werkeren
geen ‘oude’ contracten meer van toepassing.
De commissie heeft in de in de loop van de jaren veel taken gekregen en op zich genomen en daarmee ook veel
verantwoordelijkheid. Naar aanleiding van de situatie bij Werkeren zijn we met de commissie in overleg gegaan
over aanpassingen. De rol van de commissie zal zich meer gaan toespitsen op het oorspronkelijke doel; advies
aan ons college met betrekking tot kunst-inhoudelijke zaken.
Concrete maatregelen:
- Rol- en taakverdeling: ons college is verantwoordelijk voor contracten en financiën van projecten. De commissie beeldende kunst is uitsluitend nog inhoudelijk adviseur en verzorgt de artistiek-inhoudelijke begeleiding van kunstprojecten. De verordening op de commissie beeldende kunst zal hierop aangepast worden.
- Contracten: de contracten worden nader aangescherpt en op de specifieke situatie per project toegespitst. Opdrachten worden niet meer verleend door de commissie beeldende kunst, maar door ons college. Contracten, met daarin opgenomen het beschikbare budget, zullen dan ook niet meer getekend worden door de commissie beeldende kunst.
- Financiën: de procedure met beschikbaar stellen van budget loopt uitsluitend via ons college. Dit was al gebruikelijk maar dit zal nu ook formeel worden vastgelegd. De organisatiebreed ingevoerde procedure met betrekking tot het vastleggen van verplichtingen vanaf € 25.000,-- in de financiële administratie zal ook toegepast worden op de kunstprojecten. De sturing op budgetten is een taak voor de gemeente.
- Dossiervorming: de commissie zal haar dossiervorming verder versterken
- Versterking relatie college - commissie: de commissie bespreekt de voortgang van de projecten periodiek met de portefeuillehouder. Portefeuillehouder informeert het college waar nodig.
Juridische stappen
Naar aanleiding van bovenstaande situatie is door ons college advies ingewonnen bij Nysingh Advocaten over de te nemen juridische stappen. Hieruit vloeiden 2 opties voort, te weten:
1. ingebrekestelling gevolgd door - bij niet nakoming - ontbinding van de overeenkomst en terugvordering van het betaalde budget,
2. ingebrekestelling gevolgd door - bij niet nakoming – een gerechtelijk bevel tot nakoming op straffe van een dwangsom.
Op 8 november j.l. hebben wij besloten tot optie 2. De kunstenaar is vervolgens op 15 november jongstleden middelseen aangetekende brief in gebreke gesteld. In deze brief hebben wij hem een laatste termijn gesteld voor de oplevering van het kunstwerk op 1 maart 2012. In lijn met de ingebrekestelling is de kunstenaar vervolgens op 18 november jongstleden per (aangetekende) brief gevraagd om een financieel overzicht van de aan het project bestede gelden en daarnaast om ons wekelijks schriftelijk op de hoogte te stellen van de stand van zaken met betrekking tot (de uitvoering van) het project. Deze verzoeken zijn juridisch niet afdwingbaar. Als de kunstenaar de nadere termijn niet benut, zal bij de rechter een gerechtelijk bevel tot nakoming op straffe van een dwangsom gevorderd worden. De grond waarop de gemeente daarbij een spoedeisend belang kan onderbouwen dat aanleiding geeft voor kort geding is zwak. Het alternatief is een bodemprocedure die een half jaar of langer kan duren.
Communicatie
Zodra uitsluitsel is over het eventuele faillissement van de kunstenaar of over oplevering en afronding van het
kunstwerk wordt de raad hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.
Bron: Raadsagenda Zwolle
|