Vragen over ontwerp Lankhorstgebouw

Zwolle – SP-raadslid Edwin Koster en CU-raadslid Gerdien Rots vragen zich af hoe de gemeente zonder kader vooraf kan beoordelen of een ontwerp voldoet aan de eis "bijzonder architectonisch". Eind 2008 nam het college het besluit in te stemmen met het verzoek tot sloop van het Lankhorstgebouw in de Kamperpoort, mits daar een bijzonder architectonisch gebouw voor in de plaats komt.

Het is de twee raadsleden echter onduidelijk welke voorwaarden of toetsstenen het college hierbij hanteert. Met de discussies over het ontwerp over het Rode Torenplein en Huis bij Achtergracht nog in het geheugen, is het ontbreken van een kader voor toetsing achteraf aanleiding voor beide raadsleden om het college om opheldering te vragen.

De vragen aan het college:

Geacht college,

In het kader van artikel 45 van het reglement van orde voor de gemeenteraad wil ik namens de fracties van SP en CU vragen stellen over de architectonische kaders bij de herontwikkeling locatie Lankhorstgebouw.

Inleiding

In de Informatienota voor de raad d.d. 2 december 2008 inzake definitief ontwerp Fenixterrein Kamperpoort alsmede in de Peperbus van 17 december 2008 staat het besluit van het college, in te stemmen met het verzoek tot sloop van het Lankhorstgebouw in de Kamperpoort, mits daar een bijzonder architectonisch gebouw voor in de plaats komt.

Aangezien de gemeenteraad van Zwolle, zich beraad op de regels voor ruimtelijke kwaliteit in en rondom de binnenstad is de vraag welke kaders of voorwaarden worden gesteld om tot die bijzondere architectuur te komen. Deze vraag is ambtelijk uitgezet en het antwoord is, dat er geen kader of richtlijn is.

Dat verbaast de fracties van SP en CU, temeer er in het recente verleden behoorlijke discussie zijn ontstaan over de verschijningsvorm van bouwplannen. De onduidelijkheid over geldende kaders en het proces van inspraak op het ontwerp brengt de fracties bij de volgende vragen:

  1. Waarom is er voor gekozen geen kaders mee te geven?
  2. Hoe beoordeelt het college straks of het ontwerp architectonisch bijzonder is? Op welke manier is objectieve toetsing mogelijk?
  3. Hoe waarborgt u een gedragen ontwerp?
  4. Welke vorm van beginspraak wilt u gaan toepassen?

Wij verzoeken u om deze vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Met vriendelijke groet,

Namens de SP en CU-fractie

Edwin Koster

Gerdien Rots

Artikel delen:
Reactie 1

Reageer