Ter illustratie - Foto: Peter Denekamp
Ter illustratie
Foto: Peter Denekamp

“Besef je dat je ook iemand anders in Zwolle had kunnen doodrijden?”

Zwolle – Een gezellig avondje uit in Rijssen veranderde voor twee jongemannen uit Lelystad in een verblijf op de intensive care van het Isala ziekenhuis. Zij raakten zwaargewond toen de auto waarin zij zaten crashte tegen een stenen geluidswal in Zwolle.

Attigu P., de bestuurder van de auto, moest zich dinsdag in de rechtbank verantwoorden voor de bizarre rit. Na een feestje bij Lucky in Rijssen te hebben bezocht, reed het viertal terug naar Lelystad. Op 24 april, even na half vijf ’s ochtends, komen ze door Zwolle. Op de Zwartewaterallee ontwaakt de flitspaal als P. met meer dan honderd kilometer per uur voorbij scheurt. Op de achterbank zijn twee vrienden in slaap gevallen. Beiden met de veiligheidsgordel om.

P. wil een berichtje versturen met zijn telefoon. Hij vraagt zijn bijrijder om even het stuur vast te houden. “Remmen, remmen,” roept zijn bijrijder. Een reactie van P. blijft uit. De auto raast vanaf de Blaloweg rechtdoor en eindigt tegen de stenen geluidswal op de Westenholterallee.

De twee jongemannen op de achterbank raken ernstig gewond. Een blijkt onder meer een hersenbloeding te hebben opgelopen, de andere inwendige bloeding in zijn buik. P. en zijn bijrijder komen met de schrik vrij. Niet alleen de bijrijder heeft de nodige alcohol achter zijn kiezen. Ook P. blijkt bij de ademanalyse ruim twaalf keer meer te hebben gedronken dan toegestaan.

Op het politiebureau legt P. tot tweemaal toe een bekennende verklaring af. Vandaag in de rechtbank trok hij zijn verklaring in. Aan de rechters legde hij uit dat hij zich moet hebben vergist bij de politie. Zijn bijrijder had hem later gezegd dat het anders was gegaan. Zo zou P. hem nooit hebben gevraagd om het stuurwiel vast te houden en was het ongeval gewoon dom.

De rechters geloven er niet veel van. P. weet zelf niets meer van die avond. Hij weet ook niet waarom hij het wel wist op het Zwolse politiebureau. Achteraf denkt hij dat hij het gezegd heeft omdat hij dronken was. Een rechter houdt hem voor dat de bijrijder ook een verklaring heeft afgelegd. De man verklaarde tegen de agenten dat de hele rit voor hem nogal wazig was. Op vragen van de rechters kan P. niet of nauwelijks antwoorden. Zo willen de rechters weten wie er na het ongeval twee flessen drank uit de auto heeft gegooid.

P. weet het niet. Hij weet wel dat er in de auto gedronken werd uit een fles Jägermeister en een fles cognac. Hij weet ook waarom hij te hard reed door Zwolle. “Ik dacht dat je daar honderd mocht.” De officier van justitie wil van hem weten of hij beseft hoe gevaarlijk zijn weggedrag was. “Besef je ook dat je iemand anders in Zwolle had kunnen doodrijden? Wat vind je daarvan?” Het antwoord van P. komt niet verder dan dat het dom van hem is geweest.

De rechters vragen P. of hij zijn gewonde vrienden in het ziekenhuis heeft bezocht. Dat blijkt niet het geval te zijn geweest. Van contact is ook geen sprake meer. In de rechtbank hoort hij dat een van zijn vrienden nog steeds kampt met problemen met zijn gezichtsvermogen. De man ziet met één oog wazig, het is onduidelijk of het letsel permanent is. Binnenkort hoopt een oogarts hem daar uitsluitsel over te geven.

Bij P. komen de emoties pas als de officier van justitie klaar is met zijn strafeis. Het OM meent dat een gevangenisstraf op zijn plaats is. Zeven maanden onvoorwaardelijke celstraf met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie jaar.

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Artikel delen: