CU Zwolle presenteert tweede editie Zat van ’t zuipen

Zwolle – Vorig jaar (februari 2008) heeft de ChristenUnie (CU) een notitie gepubliceerd (Zat van ’t zuipen) met daarin opgenomen de uitgangspunten die moeten helpen het alcoholmatigingsbeleid van Zwolle te beoordelen. De vier pijlers waarop een doelgericht alcoholbeleid rusten werden besproken: publiek draagvlak, regelgeving, handhaven van alcoholregels en vroegsignalering. De CU gaf aandacht aan de verantwoordelijkheid van ouders en van horecaondernemers.

 

24-08-2009_zat_van_het_zuipen_3.jpg

 

Maandagmiddag presenteerde fractievoorzitter John van Boven in restaurant Atlas aan de Ossenmarkt aan Edwin Vennik en in de aanwezigheid van wethouder E. Dannenberg het tweede deel van Zat van ’t zuipen. In deze notitie bespreekt de CU de ontwikkelingen op het gebied van het alcoholmatigingsbeleid sinds de vorige notitie. Cijfers en ontwikkelingen leiden o.a. tot de conclusie dat aanscherping van het beleid nodig is en dat er meer interventies moeten komen die gebaseerd zijn op repressie. Naast de conclusies en aanbevelingen heeft de CU nog een aantal vragen voor het college.

 

24-08-2009_zat_van_het_zuipen_2.jpg

 

24-08-2009_zat_van_het_zuipen_1.jpg


De conclusies en aanbevelingen komen, kort gezegd neer op het volgende.  Conclusies:

  1. de aanpak is te weinig gericht op een algemeen oordeel over alcoholgebruik. De maatschappelijke acceptatie van gebruik van alcohol krijgt te weinig aandacht.
  2. De aanpak is te eenzijdig gericht op preventie.
  3. Er is weinig bekend over de effecten van de afgesproken inventies.
  4. Het overlaten van handhaving en toezicht aan een externe organisatie (Voedsel- en Waren Autoriteit) is niet effectief en maakt Zwolle te veel afhankelijk van derden.
  5. Afgesloten convenanten werken weinig door in de praktijk.
  6. Procedures en regels werken belemmerend op het effect van afgesproken maatregelen.
  7. Het percentage ouders dat drinken door hun jonge kinderen goed vindt of er niets van zegt is hoog.

 Aanbevelingen:

  1. maak als gemeente maximaal gebruik van de toegenomen mogelijkheden door de wijzigingen in de Drank- en Horecawet.
  2. Actualiseer het interventieboek.
  3. Scherp de doelstellingen aan zoals ze zijn geformuleerd in het alcoholmatigingsprogramma jeugd 2007-2011.
  4. Intensiveer de contacten met ouders.
  5. Intensiveer de contacten met de paracommerciële instellingen.
  6. Richt een meldpunt in.ZwolleIn het kader van Zwolle-Kampen netwerkstad is het alcoholmatigingsprogramma jeugd 2007-2011 opgesteld: Minder drank, meer scoren. Er verschijnen regelmatig nieuwsbrieven, waarin de activiteiten worden beschreven, die onderdeel uitmaken van het programma.Het laatste persbericht dateert van 30 juni 2009 en meldt dat er een herhaling komt van de kroegentocht uit 2007. Er komt een peerproject waarbij ouders elkaar kunnen ondersteunen bij problemen op het gebied van alcoholgebruik van hun kinderen en er komt een ondersteuningsaanbod voor medewerkers van slijterijen en slijterijen in supermarkten. De CU is blij met de rol die de gemeenten nu (lijken te) krijgen.

    De CU is er een groot voorstander van dat Zwolle anticipeert op de mogelijkheden die de gewijzigde Drank- en Horeca Wet gaat bieden. Wat moet er gebeuren om op een goede manier inhoud te geven aan de toezichtrol. Dat anticiperen is ook nodig om antwoord te kunnen geven op de vraag of Zwolle zich op zal geven als pilotgemeente.

    conclusies
    –          de aanpak is te weinig gericht op een algemeen oordeel over alcoholgebruik. De maatschappelijke acceptatie van gebruik van alcohol krijgt te weinig aandacht.

    Voorbeeld: de exploitatie van “Van Eigen Bodem” is negatief geweest. De krant meldt dan dat door het warme weer er niet heel veel werd gedronken, wat een tegenvallende omzet opgeleverd heeft.
    Een dergelijke benadering past niet bij alcoholmatigingsbeleid.
    Dat geldt ook voor het nadenken over de sluitingstijden. Terecht zegt de horeca, dat dit geen item is bij matigingsbeleid van jeugdige alcoholgebruikers. Het is wel een item als je nadenkt over het bijstellen van de maatschappelijke acceptatie.

  7. –          De aanpak is te eenzijdig gericht op preventie.
    Van de interventies is maar 21% onder te brengen bij repressie. Lik op stuk beleid bij overtreden van afgesproken regels is nodig, aldus het bestuur van Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Zwolle–          Er is weinig bekend over de effecten van de afgesproken inventies.
    Niet duidelijk is welke interventies zijn afgerond en welke interventies nog georganiseerd moeten worden
  8. –          Het overlaten van handhaving en toezicht aan een externe organisatie (Voedsel- en Waren Autoriteit) is niet effectief en maakt Zwolle te veel afhankelijk van derden.
    Juist daar waar toezicht en handhaving erg belangrijk is heeft de gemeente geen eigen verantwoordelijkheid.Afgesloten convenanten werken weinig door in de praktijk.
    De uitkomsten van de afspraken, die in de convenanten zijn vastgelegd, zijn onvoldoende bekend. Ook is onduidelijk of de afspraken hebben bijgedragen aan de beoogde resultaten.
    –          Procedures en regels werken belemmerend op het effect van afgesproken maatregelen.
    Supermarkten komen in het geweer tegen de maatregelen vanwege de rompslomp er om heen. Daardoor dreigt de bedoeling van de maatregelen op de achtergrond te raken.
    –          Het percentage ouders dat drinken door hun jonge kinderen goed vindt of er niets van zegt is hoog.
    Je zou verwachten dat het aantal interventies gericht op de ouders hoger ligt gegeven het hoge percentage ouders dat drinken goed vindt. aanbevelingen–          maak als gemeente maximaal gebruik van de toegenomen mogelijkheden door de wijzigingen in de Drank- en Horecawet.
    De gemeente neemt t.z.t. de taak van de Voedsel- en Warenautoriteit over als het gaat om toezicht en handhaving. De gemeente moet anticiperen op de nieuwe situatie en het beleid herformuleren en aanscherpen.
    Laat in het beleid zien dat de negatieve invloed van drank op de ontwikkeling van de hersenen serieus genomen wordt, door de leeftijd te verhogen van 16 jaar naar 18 jaar.
    De gemeente moet zich maximaal inspannen om pilotgemeente te worden, als aanloop naar de nieuwe situatie.
    –          Actualiseer het interventieboek.
    Geef het overzicht van de interventies opnieuw uit. Daardoor wordt duidelijk welke interventies zijn uitgevoerd en of de effectiviteit is aangetoond.
    Voeg interventies toe uit het domein repressie. Daarom wordt ook gevraagd door de horeca.

    Scherp de doelstellingen aan zoals ze zijn geformuleerd in het alcoholmatigingsprogramma jeugd 2007-2011.

    –          De huidige doelstellingen geven onvoldoende de urgentie van de te bestrijden problematiek aan.
    –          Intensiveer de contacten met ouders.
    Blijkens de getallen zijn ouders nog onvoldoende gemotiveerd om een bijdrage te leveren aan het verminderen van de maatschappelijke acceptatie van alcoholgebruik.
    –          Intensiveer de contacten met de paracommerciële instellingen.
    Er moet scherper worden toegezien op het naleven van de regels op het gebied van verkoop van alcohol aan minderenjarigen. Ook het toezicht op het naleven van de regel dat er in bijv. sportkantines geen feesten georganiseerd mogen worden moet worden geïntensiveerd.
    –          Richt een meldpunt in.
    Maak het mogelijk dat gerapporteerd kan worden over niet nakomen van afspraken en regels. Dat verbetert het gericht handhaven.We vragen de gemeente de aanbevelingen uit te voeren in nauwe samenwerking met Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Zwolle. vragen aan het collegeBestudering van de relevante stukken heeft ook een aantal vragen opgeroepen.We houden het voor mogelijk dat we als fractie de betreffende informatie hebben gemist.

    Naar aanleiding van de rapportage over het nalevingsonderzoek alcoholverstrekking onder jongeren, heeft het college o.a. besloten tot het gericht inzetten van extra beschikbare VWA-controles gedurende de maand december 2008 en rond de jaarwisseling 2008-2009. Ook is besloten tot het opstellen van een handhavingsstappenplan.

    De CU is benieuwd naar de resultaten van de extra controles en naar de stand van zaken met het handhavingsstappenplan

    1. In de overeenkomst tussen rijk en IJssellandgemeenten (problematiek jeugd en alcohol in IJsselland) is te lezen dat het maatschappelijk effect moet zijn dat er eind 2008 5% minder overlast van jongeren is. Ook is de mogelijkheid open gehouden om de overeenkomst met een nader te bepalen termijn kan worden verlengd.
      De vragen van de CU zijn of er al iets te melden valt over het maatschappelijk effect en of er overwogen is de overeenkomst te verlengen.

    In de in 2007 verschenen beleidsnota “Integraal Horecabeleid” worden in hoofdstuk 7 aanbevelingen gedaan.
    De vraag van de CU is in welke mate er uitvoering is gegeven aan de aanbevelingen.

Artikel delen:
Reactie 1

Reageer