Reuzenzwammen in het Engelse Werk

Zwolle – Bij een wandeling in het Engelse Werk trof Weblog Zwolle bezoeker Henk Boshove een aantal Reuzenzwammen aan. De zwammen hebben zich rond een oude boom in het park genesteld.

20-09-2010_paddestoelen_engelsewerk_1.jpg

De zwammen hadden een bijzondere formatie en waren dermate groot dat dit reden was om hiervan melding te maken. Dat het een Reuzenzwam is, is aannemelijk, al weet de redactie niet met zekerheid of het deze zwammensoort betreft. Wie weet meer?

20-09-2010_paddestoelen_engelsewerk_2.jpg

20-09-2010_paddestoelen_engelsewerk_3.jpg

De Zwammen (Fungi) zijn een zeer verscheiden groep van organismen die over geen bladgroen beschikken en geen bloemen, vruchten of zaden produceren. Meestal worden de hogere zwammen “paddenstoelen” genoemd en de lagere zwammen schimmels en gisten. Veel zwammen vormen kleine wortelstelsels die men “mycorrhiza” noemt en die vergroeid zijn met de wortels van bomen. Daarnaast zijn er heel wat parasitaire zwammen die ziekten kunnen veroorzaken bij hun gastheer.

De paddenstoel is het vruchtlichaam van enkele zwammen dat sporen vormt ter bevordering van de voortplanting. Niet alle zwammen hebben paddenstoelen, het zijn de basidiomyceten die paddenstoelen vormen. Schimmels hebben een draderig mycelium. Ze groeien op organische resten van dieren en planten en veranderen deze resten in schimmelsubstanties.

Ze vormen ondertussen massa’s sporen. Voorbeelden van dergelijke schimmels zijn Mucor (Knopschimmel), Aspergillus (Kwastschimmel) en Penicillium (Peseelschimmel).Het mycelium, dat is een soort wortelstelsel, van zwammen verspreidt zich naargelang de soort alleen in de bovenlaag van de bodem (op bladeren of afgestorven hout) of dringt dieper door in de bodem. Zwammen leven soms in symbiose met het wortelsysteem van groene planten. De planten leveren dan organische verbindingen als voedsel aan de schimmels. De schimmels zorgen ervoor dat voedingsstoffen zoals fosfaten, zink, koper, calcium, mangaan, magnesium en ijzer gemakkelijk voor de planten beschikbaar worden.

De term “paddenstoelen” slaat op de zichtbare vruchtlichamen van deze zwammen. Zij kunnen slechts groeien dankzij het mycelium.Veel zwammen onttrekken voedsel uit de bodem of uit afgestorven organismen.

Saprofieten onttrekken de voedingsstoffen uit dode bomen, planten of dieren. Ze halen deze voedingsstoffen uit de afbraak van dood organisch materiaal. Op die manier werken ze mee aan de kringloop van koolstof, stikstof, fosfaat en mineralen.  

Parasitaire zwammen onttrekken voedsel aan levende organismen en berokkenen deze schade. Sommige groeien na het afsterven van de voedingsbodem nog verder als saprofiet. Sommige zwammen parasiteren op andere zwammen. Mycorrhiza-symbionten hebben een mycelium dat vergroeid is met de fijne wortels van bomen en planten, terwijl een ander deel wijd vertakt door de bodem groeit.

De met schimmelweefsel omgroeide worteltjes worden mycorrhiza’s genoemd. De zwamdraden bedekken de hele buitenkant van de boomwortel. Vervolgens dringt hij binnen tussen de buitenste cellen van de wortel. De schimmel levert de boom voedingsstoffen en bescherming tegen ziekten. De schimmel neemt organische stoffen op uit de boom.

Bij de Mycorrhiza-zwammen ondervinden zowel de zwam als de plant (boom) voordeel bij deze samenlevingsvorm. De zwam beschermt de boom tegen parasitaire organismen. De fijne worteltjes van de boom vertonen lichte zwellingen en vertonen vreemde gaffelvormige vertakkingen. Op die plaatsen is de boom vergroeid met de zwamvlok. De worteltjes van de boom zitten als het ware in een mof van de zwamvlok. Er werd microscopisch aangetoond dat de zwamvlok zelfs binnendringt in de wortelcellen. Het zijn deze vervormde wortels die men de “mycorrhiza” noemt.  De fijne worteltjes zijn dankzij de zwam beter beschermd tegen uitdroging en kunnen beter mineralen opnemen. Het worteloppervlak van de boom wordt vergroot zodat er meer water en mineralen uit de bodem kunnen worden opgenomen.

Bomen die in symbiose leven met zwammen groeien beter en sneller. Meer nog, bomen zonder mycorrhiza kunnen ondanks een uitgestrekt wortelstelsel belangrijke stoffen niet uit de bodem halen. Bomen met mycorrhiza kunnen dit wel. Het net van zwamdraden vergroot de contactoppervlakte met de bosbodem en vergemakkelijkt de opname van voedingsstoffen. Vooral voor bomen als Berken, Eiken, Beuken en Grove Dennen die op zure, schrale gronden groeien is de mycorrhiza-symbiose een levensvoorwaarde. Bekerzwammen of Peziza’s behoren tot de Zakjeszwammen (Ascomyceten). Bij deze groep worden de sporen gevormd binnen zakvormige cellen. Deze cellen worden asci genoemd (enkelvoud: ascus). In het algemeen worden in zo’n ascus acht sporen gevormd. Bij rijpheid worden deze sporen met kracht uit de ascus geschoten. Tussen de asci bevinden zich lange cilindrische steuncellen, dit zijn de parafysen. Deze hebben dikwijls tussenschotten, septen genaamd.

De parafysen bepalen meestal de kleur van de beker. Het geheel van de asci en de parafysen vormt een laag die de binnenkant van de beker bedekt en draagt de naam hymenium. De buitenkant van de beker draagt de naam receptaculum of ook excipulum, en vormt dus de eigenlijke beker. De Bekerzwammen hebben zoals de naam suggereert een bekervormig vruchtlichaam, apothecium genoemd. Bij rijpheid verlaten de sporen de ascus na het openen van een soort klepje aan de top. Die klep is het operculum. Wij hebben dus te doen met een operculate ascus. Dit is het hoofdkenmerk van deze groep.

Zwammen hebben veel concurrentie en hinder van agressieve bacteriën en schimmels, die de voedingsstoffen voor hun neus wegpikken. De zwammen bekomen door de mycorrhiza-symbiose van de boom hun suikers, vitamines en andere verbindingen, die enkel door groene planten kunnen geproduceerd worden. Ze benutten vooral de voedselreserves van de boom. Daarom komen de zwammen vaak tevoorschijn tijdens de herfts, wanneer de bomen hun bladeren verliezen.

Tot de mycorrhizavormende zwammen behoren ondermeer de Russula’s, Melkzwammen, Amanieten, Boleten, Ridderzwammen, Gordijnzwammen, Knolzwammen en Vezelkoppen. De zwammen behoren tot de Sporenplanten. Anders dan gameten hoeven sporen niet samen te smelten alvorens uit te kunnen groeien tot een nieuw individu. Sporen zijn meestal eenvoudige voortplantingsorganen met een beschermend omhulsel, dat resistent is tegen minder gunstige omstandigheden. 

Korstzwammen zijn zowat het hele jaar door te vinden. Er bestaan korstzwammen met heel uiteenlopende vormen: glad of wrattig, met of zonder tandjes, aderachtige structuren en zelfs uiteenlopende kleuren: wit (het merendeel), crème, geel, oranje, roze, zelfs felblauw. Bekende korstzwammen zijn de Stereum-soorten.

Heel wat korstzwammen bezitten opvallende steriele cellen die men cystiden noemt. Vaak steken ze boven de basidiën uit en worden ze gekenmerkt door hun bijzondere vorm.

Zwammen spelen een cruciale rol in onze natuur:
–        door het vormen van mycorrhizasymbiosen met bomen, struiken en soms dwergstruiken zijn ze onmisbaar voor de meeste symbiosepartners;
–        ze dragen bij tot de afbraak van organisch materiaal en dus voor de natuurlijke cyclus van de voedingsstoffen in de natuur;
–        ze dragen bij tot de structuur van de bodem;
–        ze vormen een voedselbron voor talrijke dieren;
–        ze dragen vaak bij tot een gunstige zaadkieming door de erosie van de zaadhuid;
–        ze zijn vaak verrassend mooi gevormd en gekleurd en hebben dus ook een esthetisch waarde in de natuur.

Er bestaan verschillende indelingen van zwammen, maar wij hanteren de volgende tamelijk eenvoudige indeling:

A. De SLIJMZWAMMEN (Myxomyceten) Dit is een merkwaardige groep van zwammen, waarbij uit sporen microscopisch kleine kruipende of zwemmende beginstadia ontstaan, die geleidelijk overgaan in een zich horizontaal of verticaal voortbewegend stadium, het plasmodium, en eindigen in een gefixeerd stadium met vruchtlichamen waarin zich de sporen ontwikkelen, waaruit er zich nieuwe vormen ontwikkelen en de soort zich dus voortplant. Vaak wordt er zelfs een kruipspoor achtergelaten.

B. De ZAKJESZWAMMEN (Ascomyceten)De groep van de zakjeszwammen omvat zwammen die op keratine leven, bijvoorbeeld op dierenschedels; zwammen die op bloeiwijzen, vruchten, bladeren en takjes van bomen parasiteren en die verkleuringen, vervormingen en woekeringen van het substraat veroorzaken. De zakjeszwammen omvatten ook de vormen- en soortenrijke groep van Morieljes, Kluifzwammen, Bekerzwammen, Aardtongen, Schijfzwammen en Truffels die op diverse substraten voorkomen.

C. De ROESTEN EN BRANDEN (Teliomyceten)

D. De STEELTJESZWAMMEN (Badidiomyceten)

1.      Trilzwammen (Phragmobasidiomyceten)

2.    Plaatjesloze Vlieszwammen (Aphyllophorales)

3.    Buikzwammen (Gasteromyceten)

4.    Plaatjeszwammen en Boleten (Agaricales)Zwammen zijn onderhevig aan een groot aantal negatieve invloeden, zoals te sterke recreatiedruk, een verrijking of verzuring van de bodem, verdroging, plukken, enz.

De vermesting en de verzuring worden aanzien als de belangrijkste oorzaken van de algemene achteruitgang van zwammen. Sommige zwammen blijken een grote indicatorwaarde te hebben voor een aantal factoren van verstoring zoals luchtverontreiniging, zure neerslag, verontreiniging met zware metalen of voor het bepalen van de natuurwaarde van terreinen. In een aantal gevallen lenen paddenstoelen zich zelfs beter als bio-indicatoren dan hogere planten. Zwammen kunnen met hun zeer kleine sporen nieuwe geschikte terreinen gemakkelijk en snel bereiken, in tegenstelling tot de grotere en zwaardere zaden van planten. Bovendien kunnen planten, eenmaal aanwezig, nog wel enige tijd standhouden onder gewijzigde  milieuomstandigheden, terwijl kieming dan misschien al niet meer mogelijk is.
Onderzoek in ondermeer Engeland en Nederland heeft aangetoond dat symbionten snel achteruitgaan of zelfs compleet verdwijnen bij verstoring van het broze evenwicht tussen de zwam en de waardplant. Bovendien is de vorming van vruchtlichamen een proces dat erg gevoelig is aan de veranderingen in het milieu.
Zwammen zijn net zoals planten, mossen en korstmossen goede indicatoren voor het stikstofgehalte en de zuurtegraad van een terrein.
Zwammen zijn ook goede indicatoren voor de gezondheidstoestand van bomen, de ouderdom van terreinen, strooiselophoping en luchtverontreiniging die verzuring en vermesting van de bodem tot gevolg heeft. Parasieten vallen enkel verzwakte bomen aan, aantasting van bomen door parasieten vertelt dus meer over de vitaliteit van die bomen.
Zwammen gaan hoofdzakelijk een symbiose aan met bomen op voedselarme gronden. Op deze plaatsen heeft de boom zijn symbiont het hardst nodig om aan voedsel te geraken. Door overbemesting zijn dit soort bossen steeds schaarser en is het merendeel van de symbionten bedreigd.
In loofbossen, en nog meer in naaldbossen op zandgrond, zijn de symbionten, de laatste 50 jaar, het sterkst afgenomen. Bossen op kalkrijke zwaardere bodems zijn beter gebufferd tegen factoren als verzuring en vermesting. Het percentage aan symbionten in een bos zegt veel over de vitaliteit van een bosopstand. Als dit percentage ongeveer 50 % bedraagt, dan is het bos in goede conditie.
Bij ophoping van strooisel zal het aandeel saprofyten toenemen en bij verzwakking van de bomen zal het aandeel parasieten toenemen. Opvallend is, dat niet alleen de symbionten achteruitgaan, maar bij overdreven ophoping van strooisel gaan ook bepaalde saprofyten achteruit, terwijl strooiselminnende soorten daarvan profiteren. Strooiselophoping hoort bij de veroudering van een bos, maar overdreven strooiselophoping is negatief. Hoge stikstofdepositie leidt tot een versnelde bossuccessie, waarbij het aantal symbionten te snel afneemt.
Verzuring heeft een uitgesproken negatieve invloed op onze zwammen. Als gevolg van verzuring en verdroging zijn vooral de mycorrhizavormende zwammen de laatste decennia sterk in aantal achteruitgegaan. Op niet te zure bodems wordt ammonium omgezet in nitraat. Hierbij komt zuur vrij en kan de bodem verzuren. Dit zorgt voor een afname van kalium en magnesiumconcentraties en een toename van aluminium- en ijzerconcentratie.

Myco-paddenstoelen zijn gevoeliger voor aluminium dan andere zwammen. Soorten gebonden aan een bepaalde boomsoort gaan sterker achteruit dan soorten met een breder gamma aan partners.  Bospaddenstoelen zijn vrijwel nog enkel te vinden buiten de bossen in schrale wegbermen met bomen. De verzuring, die vaak gepaard gaat met vermesting, wordt aanzien als de belangrijkste oorzaak van de afname van mycorrhiza-paddenstoelen, dit zijn paddenstoelen die in symbiose (wederzijds voordeel) leven met bomen. Dat er meer en meer mycorrhiza-soorten in wegbermen voorkomen heeft te maken met het feit dat de uitstoot van zwaveldioxide door het wegverkeer de laatste jaren is verminderd. Aluminium, vrijgekomen uit aluminium-hydroxide als gevolg van de verzuring, en ook zware metalen zijn reeds in kleine concentraties giftig.

Hanekam hebben hard te lijden onder de vermestingTot op een bepaald niveau stimuleert de verhoogde beschikbaarheid van nutriënten de groei en vitaliteit van bomen. Maar bij een overmatige stikstofopname zullen de bomen in de winter echter blijven doorgroeien waardoor de vorstgevoeligheid toeneemt. Door de grotere opname van voedingsstoffen in de bladeren worden deze gevoeliger voor schimmels en vraat.

De zaailingen groeien minder snel en het aantal boomgebonden paddenstoelen neemt af, doordat de bomen verzwakken.Veel saprofiete paddenstoelen, zoals wasplaten, aardtongen, satijn- en knotszwammen komen vrijwel nog enkel in natuurreservaten voor. Ze hebben nood aan schrale, onbemeste en langdurig beweide of gehooide graslanden. Vermesting zorgt ervoor dat er minder vruchtlichamen gevormd worden en dat de ondergrondse zwamvlokken worden aangetast. 

Mycorrhizavormende zwammen bij naaldbomen, zoals melkzwammen en russula’s gaan achteruit. Er is minder aanplant van naaldbossen. De overgebleven naaldbossen verouderen. We krijgen een grotere strooiselophoping. Stikstofdepositie doet de strooisellaag sneller ophopen, doordat stikstof een negatieve invloed heeft op de afbraakprocessen.  Andere oorzaken van het verdwijnen van bospaddenstoelen zijn het graven, het rijden met zware machines, het dumpen van bagger en mest en het strooien van houtsnippers. De meeste van deze verstoringen leiden tot hogere stikstofgehaltes in de bodem. Enkele soorten stikstofminnende paddenstoelen zoals de Reuzenbovist profiteren dan weer van de vermesting. In stedelijke milieus kan een verrassend groot aantal soorten paddenstoelen groeien. Waardevolle groeiplaatsen zijn oude bomen, schrale bermen, stadsparken en begraafplaatsen. De hoge recreatiedruk werkt in stadsparken wel negatief op de paddenstoelenrijkdom.  Ook het uitlaten van honden reduceert het aantal boombegeleidende paddenstoelen.

Typische paddenstoelbomen zijn Berk, Beuk, Eik, Grove Den, Larix, Populier, Schietwilg en Zwarte Els.  De Beuk is een inheemse loofboom. Op levende beuken vinden we ondermeer paddenstoelen als Zadelzwam, Reuzenzwam en Echte Tonderzwam. Onder beuken vinden we onder meer de Panteramaniet.Voor de graslandpaddenstoelen (wasplaten, knotszwammen, aardtongen en satijnzwammen) zijn oude, permanente graslanden en extensief beheerde gazons van oude buitenplaatsen (kasteelparken, sommige pastorijen, e.d.) van groot belang. Meestal zijn deze graslanden even oud of nog ouder dan de historische gebouwen waar ze bij horen. Er zou hier meer aandacht moeten worden aan geschonken.

Een intensiever gazonbeheer met bemesting, de heraanleg van de gazons met teelaarde, een (goedbedoelde) herinzaai met bloemrijke gazonmengsels of aanplantingen van bomen, kan bedreigde graslandzwammen doen verdwijnen.   Het overgrote merendeel van deze soorten is bedreigd door moderne landbouwmethoden.Om het aantal graslandsoorten op de Rode Lijst te verminderen zijn de volgende factoren essentieel: creatie van meer oppervlakte natuurgebied en verbetering van de ruimtelijke samenhang en milieucondities van die gebieden. Alleen zo kunnen de negatieve effecten van versnippering en de milieudruk in de natuur verminderd worden. Ook wordt de natuur op die manier klimaatbestendiger. Het verdwijnen van zwammen bedreigt de levenskansen van andere planten en dieren.

Artikel delen:
Reacties 14
  1. Wat kan de natuur toch mooi zijn. En dat helemaal gratis en voor niets.
    Er zijn momenten in de winter dat ik anders denk over de grilligheid van de natuur. Maar dit is wel weer een cadeautje van moeder natuur.

  2. Wat kan de natuur toch mooi zijn i.d.d, maar ook hard. Als het i.d.d een reuzenzwam is is het einde van deze boom (beuk zo te zien) warschijnlijk nabij. Deze zwammen leven op de rotte wortels van de beuk. Rotte wortels = gevaar voor omvallen = meestal een reden voor de gemeente om te kappen. Helaas…

  3. Deze zwammen staan daar elk jaar, zelf heb ik ze in 2008 uitgebreid gefotografeerd: http://bunnymom.web-log.nl/bunnymom/2008/10/gezwam.html
    Info internet: Deze zwam komt voor op veel loofboomsoorten, onder andere bij beuk, eik en kastanje.
    De zwammen groeien vlak boven de grond uit de stamvoet, dicht tegen en boven elkaar (dakpansgewijs). Een hoed kan 30 cm breed zijn. De groepen van reuzenzwammen hebben soms een omvang van meer dan een meter. De kleur verloopt van licht naar donker bruin, maar na enige vorst worden ze zwart en blijft er weinig van over.

  4. Gave plaaaaat john! Klinkt uitdagend "adventuriers" maar sommige avontuurtjes toch maar niet…iedereen doet maar mooi: als ze er maar niet afhankelijk van worden lijkt me.

  5. Ah gewoon eens doen, valt allemaal wel mee indien je er verantwoord mee omgaat.
    Afhankelijk worden van paddo's lijkt mij onmogelijk(zuigt je mentaal leeg, lijkt me niet dat je dat als prettig ervaart en de drang krijgt om dit dagelijks te doen).
    Lekker met je maten op één lijn bij iemand thuis je gedachten de vrije loop laten en als je op één lijn met elkaar komt dan is het lachen gieren en brullen of op avontuur het bos in zorgt ook voor de nodige ervaringen. Zorg dat je met je vrienden bent en vermijd moelijke gesprekken met mensen die geen idee hebben waar jullie het over hebben dus de stad in lijkt mij geen goed idee. Of je moet het als een uitdaging zien.

    Daarnaast kan je de werking er van afremmen met zoetigheid en gaat het sneller uit je systeem dan LSD.
    LSD daarintegen is wel wat zwaarder. Dat moet je echt uitslapen wil je het psychisch ook af kunnen sluiten. Vandaar ook veel luitjes die zijn "blijven hangen".

    Ja, ik heb alles geprobeert, nee ik ben niet verslaafd, maar wel erg nieuwsgierig aangelegd.hahaha

  6. 😀 john, heerlijk he: om nieuwsgierig te zijn. Maar denk (kan wel stoer lijken, maar dat moet dan maar) dat ik dat spul niet nodig heb. Wel mooi dat je dit zo gretig neerzet :D:D

    Maar uh….heb jij PE hier naartoe gebracht 8)

Reageer