Het is wachten op de otter in de Vreugderijkerwaard

Zwolle – De Vreugderijkerwaard is een hotspot van biodiversiteit. De aanleg van de nevengeul en het beheer door Natuurmonumenten hebben gezorgd voor een flinke toename van de soortenrijkdom. Dat blijkt uit een lovend rapport over het natuurgebied van de onderzoekers Bart Peters en Gijs Kurstjens van 'Rijn in Beeld'.

vreugderijkerwaard_1_van_1.jpg

De onderzoekers zetten in het rapport de gegevens over de ontwikkeling van de natuur in de Vreugderijkerwaard over soms tientallen jaren op een rijtje. En zij vergelijken deze gegevens met de ontwikkeling van de natuur in andere gebieden. Dat levert interessante informatie op. Het rapport beschrijft ook iets van de geschiedenis van het gebied. Daaruit blijkt dat het rivierduin of de oeverwal in de Vreugderijkerwaard waarschijnlijk al voor 1250 is ontstaan. De kolk in het gebied is ontstaan bij een dijkdoorbraak in 1763.

De oeverwal is een van de weinige plekken in het Nederlandse rivierengebied die is ontsnapt aan de grootschalige intensivering van de landbouw na 1950. Dat was mogelijk omdat Natuurmonumenten het in 1962 kon verwerven. Daardoor is de zeldzame begroeiing met stroomdalgraslandplanten voor een groot deel behouden.

In de jaren 2000 tot 2002 is in de Vreugderijkerwaard de eerste meestromende nevengeul in de IJssel gegraven. De geul is in 2012 dus tien jaar oud. In die tien jaar heeft de natuur zich in en rond de geul prachtig ontwikkeld.

Natuurontwikkeling
Het aantal bijzondere plantensoorten in het natuurgebied is van 1957 tot nu toegenomen van 34 naar 45. Onder meer door het afgraven van landbouwgrond en een verandering langs de nevengeul van agrarisch natuurbeheer in natuurbeheer.

In de nevengeul heeft zich een onderwaterjungle ontwikkeld met wel 15 verschillende soorten waterplanten zoals: rivierfonteinkruid, doorgroeid fonteinkruid, aarvederkruid, schedefonteinkruid en gekroesd fonteinkruid. Dit soort begroeiing met waterplanten van langzaam stromende rivieren kwam zo goed ontwikkeld nergens in ons land meer voor.

Behalve waterplanten leeft er in de geul ook macrofauna: insectenlarven, rivierkreeften, watervlooien, zoetwaterpissebedden, wormen en weekdieren. De hoeveelheid macrofauna in de geul is 12 keer groter dan in de IJssel zelf. De nevengeul vormt daarmee een belangrijke bron van voedsel voor vogels en vissen.

De vogelkijkhut in de Vreugderijkerwaard trekt veel vogelaars. Er is dan ook veel te zien! In het gebied broeden meer dan 30 bijzondere vogelsoorten. Onder andere de kluut, snor, gele kwikstaart, kwartelkoning en zwarte stern. De ondiepe geul dient 's nachts als slaapplaats voor grote aantallen vogels, die er 's avonds neerstrijken. In het voor- en najaar verblijven er veel doortrekkers. En 's winters herbergt het gebied overwinteraars. De visarend en de zeearend komen regelmatig op bezoek.

In de nevengeul leven 19 soorten vissen. Dat zijn niet alleen veel soorten, maar het gaat ook om veel biomassa. Veel vis! Onder meer de kleine modderkruiper en de bittervoorn. Het aantal vissoorten en de hoeveelheid vis in de stromende nevengeul is veel hoger dan in de IJssel zelf. En ook veel hoger dan in eenzijdig aangetakte geulen, zoals de Duurse Waarden.

Over de insecten in het gebied is niet zo heel veel bekend. Er leven 12 soorten sprinkhanen en 21 libellensoorten. Vier daarvan staan op de rode lijst. Onder meer de rivierrombout.

In 2009 is de rugstreeppad gesignaleerd. Verder komen in de Vreugderijkerwaard de volgende amfibieën voor: groene kikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.

En de zoogdieren? Er zijn 5 soorten vleermuizen geteld. De vos wordt regelmatig gezien. Het wachten is op de bever en de otter die zich in de buurt hebben gevestigd.

Succesformule vraagt om herhaling
Het succes van natuurontwikkeling met de nevengeul in de Vreugderijkerwaard vraagt om herhaling. Het deel van de IJssel dat daarvoor vanwege de geringe stroming het meest geschikt is, is het traject van Zwolle tot het Ketelmeer. Dat gedeelte van de IJssel moet ook worden verruimd om Zwolle te beschermen tegen overstromingen. Daar liggen dus kansen om opgaven voor hoogwaterbescherming te combineren met natuurontwikkeling.

Bron: KNNV Zwolle

Artikel delen:
Reacties 5
  1. In ons gebied uitgezet

    In 2002 zijn in de gebieden De Wieden en de Weerribben otters uitgezet om de soort opnieuw in het gebied te introduceren. Het is zeer waarschijnlijk dat de nu gesignaleerde otter voortkomt uit die populatie. Vorig jaar zijn een wijfje met jong al waargenomen in de Vecht.

Reageer