Gemeenten bereiden zich samen voor op jeugdzorgtaken

Zwolle – Hoe willen we dat de zorg voor jeugd er in onze gemeenten en in de regio op 1 januari 2015 uit ziet? Deze vraag staat centraal in het regionale projectplan Transformatie Jeugdzorg dat donderdag 13 december 2012 door de wethouders jeugd uit de regio IJsselland is gepresenteerd. Gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid voor de gehele jeugdzorg in 2015. Wethouder Filip van As van gemeente Zwolle: “We pakken de stelselherziening jeugd lokaal, maar ook regionaal aan. Niet alleen omdat we van elkaars ervaringen en inzichten kunnen leren, maar ook omdat het inefficiënt en te duur is om de zwaardere vormen van ondersteuning in elke gemeente te organiseren.”

Het uitgangspunt van de gemeenten is lokaal doen wat lokaal kan en regionaal oppakken wat meerwaarde oplevert. Dat heeft in 2011 geresulteerd in de samenwerking Transformatie Jeugdzorg regio IJsselland+ van gemeenten uit de regio IJsselland, drie Gelderse gemeenten (oriënterend) en de provincie Overijssel. Wethouder Maurits von Martels van gemeente Dalfsen: “Het gaat natuurlijk om ouders en kinderen. Als onze ambitie kan ik kortweg formuleren, dat in de regio IJsselland op 1 januari 2015 de opvoed- en opgroeiondersteuning zodanig efficiënt en effectief is georganiseerd, dat die voorziet in de behoefte van kinderen, jongeren en ouders.”

Visie op opvoeden, opgroeien en ondersteunenIn het Projectplan Transformatie Jeugdzorg regio IJsselland met de titel Opvoeden Versterken staan de visie en uitgangspunten geformuleerd die de basis vormen voor de transformatie en de organisatie van de jeugdzorg. Eén daarvan is dat de ondersteuning in de directe leefomgeving beschikbaar moet zijn en daar waar ouders en kinderen komen, zoals in de school. De samenwerking met het onderwijs is belangrijk, vooral met de wet Passend Onderwijs in het verschiet. Als je onderwijs moet bieden aan alle kinderen, ook die met een leer- of ontwikkelingsachterstand, is samenwerking met instellingen voor opvoed- en opgroeiondersteuning essentieel.

Opvoeden versterken

Ouders hebben de plicht om hun eigen kinderen op te voeden en kinderen hebben het recht om thuis op te groeien, aldus het projectplan. De ondersteuning gaat uit van de eigen kracht, verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van het gezin. Ouders zijn in principe in staat om zelf, of met hulp van mensen uit hun directe omgeving, hun problemen op te lossen. Waar zij dit niet kunnen, krijgen ze ondersteuning van een professional, gericht op het inzetten van hun sociale netwerk en op het terugkrijgen van de zelfredzaamheid. Centraal in de ondersteuning staat het principe: we praten niet over, maar met de ouders.Samenhang en samenwerking

Het accent ligt op preventieve en lichte ondersteuning die direct en snel toegankelijk is in de sociale omgeving van ouders en kinderen. De organisatie van deze ondersteuning vindt in de gemeente zelf plaats en gebeurt door instellingen uit alle domeinen waar ouders en kinderen zich bevinden: thuis, de buurt, vrije tijd en het onderwijs. Wethouder Jannes Jansen, gemeente Hardenberg: “Iedere instelling die betrokken is of wordt bij het gezin weten dat van elkaar. Dat kan alleen door nauw samen te werken. Vragen van het gezin worden integraal en in samenhang aangepakt, zodat er sprake is van één gezin, één team, één plan. Bij meerdere hulpverleners is er een duidelijke regievoerder zodat ouders en kinderen niet met verschillende hulpverleners contact hebben en hun verhaal steeds weer opnieuw moeten doen.”

De meer specialistische ondersteuning wordt ook in de directe omgeving van het gezin ingezet, maar de organisatie van de ondersteuning, die minder vaak voorkomt, gebeurt bovenlokaal, regionaal of zelfs provinciaal. ParticipatieNaast de regionale samenwerking van gemeenten en provincie, is voor het slagen van de transformatie de inbreng en expertise van instellingen voor jeugd van groot belang, aldus de wethouders jeugd. Verschillende transformatiethema’s zoals de uitwerking van de ondersteuningsmogelijkheden naar werkwijze en kwaliteitseisen pakken de regionaal en/of lokaal werkende instellingen samen op, waarbij de gemeente(n) als klankbord optreedt. Veel vraagstukken kunnen door jarenlange ervaring goed ingevuld worden; sommige nieuwe transformatiethema’s vragen andere invalshoeken. Om te leren, ervaring, inzichten op te doen en innovatief te zijn, is er gedurende het transformatieproces ruimte voor pilots. Zo starten een aantal VO-scholen en gemeenten een pilot om jeugdzorg en passend onderwijs zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Wethouder Filip van As: “We hechten veel waarde aan de inbreng van ouders en kinderen. Wel de cliënt centraal stellen, maar hen geen invloed geven in het transformatieproces en op de organisatie en uitvoering van de opvoed- en opgroeiondersteuning, is ondenkbaar. We boren de kracht en ervaring aan van ouders, jongeren, cliënten, burgers, belangenbehartigers en adviesraden.

Er is gekozen voor de term Transformatie in plaats van decentralisatie of transitie. Lidi Kievit, wethouder gemeente Kampen en lid van de VNG subcommissie Jeugdzorg: “De Transformatie Jeugdzorg is een kans om te behouden wat goed is en te veranderen wat beter kan. Voor instellingen maar ook voor ouders en kinderen is de gemeente een nabije overheid, die signalen sneller kan opvangen en verbindingen kan leggen tussen bijvoorbeeld instellingen. De transformatie vraagt een gedegen en tijdige voorbereiding. De voortvarende wijze waarop wij de samenwerking regionaal hebben opgepakt, stemt ons positief. Maar we zien de noodzaak ook: hoe beter de voorbereiding en de jeugdzorg vóór 2015 op orde is, hoe beter we erin slagen om van de transformatie een succes te maken.”

Financiering

Aanbieders van ondersteuning bij opvoed- en opgroeivragen, waaronder ook de meer zwaardere vormen kunnen straks een lokaal en/of regionaal voorstel doen. Hoe gemeenten de ondersteuning (gezamenlijk) inkopen dan wel subsidiëren is een vraagstuk dat nog verder uitgewerkt wordt. Maar op welke wijze dat dan ook gebeurt: alleen aanbieders die werken volgens de vernieuwde visie, uitgangspunten en kaders komen in aanmerking.

Ook na de transformatie gaat de samenwerking door. Wethouder Lidi Kievit: “Dat is een opdracht aan zorgaanbieders, omdat we alleen door samen te werken efficiënte, effectieve, vraaggestuurde en tijdige opvoed- en opgroeiondersteuning kunnen realiseren.”



De samenwerkende gemeenten zijn Zwolle, Kampen, Zwartewaterland, Steenwijkerland, Staphorst, Hardenberg, Ommen, Dalfsen, Raalte en Olst-Wijhe.

Artikel delen:
Reactie 1
  1. Gemeenten krijgen voor veel meer zaken de verantwoording vanuit de overheid toegeschoven, dat heet bezuinigen..
    Ook dit gaat Zwolle (ons) geld kosten.


    Maak melding

Reageer