Ooievaars luiden de lente in

Zwolle – Bij het ooievaarsnest aan de Oldeneelweg in Zwolle Zuid is dinsdagmiddag een ooievaarskoppel gesignaleerd. Ze laten zich al goed horen. Het koppel was niet het enige stel dat gezien werd. In Buurtschap IJsselzone zijn meerdere ooievaars gespot.

ooievaar_1_van_1.jpg

Als twee ooievaars op hun nest zitten, verklaren ze elkaar hun "liefde" met spectaculair snavelgeklepper. Ooievaars zijn niet trouw aan elkaar, maar ‘nesttrouw’. Dat verklaart waarom sommige ooievaarspaartjes lang bij elkaar blijven. Een ooievaar is vruchtbaar vanaf het derde levensjaar. Ooievaarsnesten worden bewoond door een scala van geleedpotigen in het bijzonder in de warme maanden nadat de vogels arriveren om te broeden. Gedurende de achtereenvolgende jaren dat het nest wordt gebruikt brengen de ooievaars meer materiaal om hun nest in orde te brengen en lagen van organisch materiaal stapelen zich hierdoor op.

Wanneer in augustus de jonge ooievaars zelfstandig zijn, bereiden ze zich voor op de trek richting Afrika. Deze trekdrang alsmede de route zijn grotendeels aangeboren en ingegeven doordat er in de winterperiode voor de ooievaars geen voedsel voorradig is. De ooievaar zou tijdens de trek een groot probleem hebben als hij niet gebruik kon maken van thermiek. Omdat de ooievaars nu eenmaal vrij zware vogels zijn, met grote brede vleugels, is echt vliegen een energieverslindende bezigheid. Daarom proberen ze lange afstanden zoveel mogelijk zwevend te overbruggen. Tijdens het vliegen zoeken ze naar de opwaartse stromingen die ontstaan waar wind tegen de heuvels of bergen opbotst of waar luchtlagen warm, ijl en licht worden boven door zonnestralen opgewarmd terrein. Wanneer de lucht daarboven kouder is zal de opgewarmde en dus lichtere lucht opstijgen en ontstaat thermiek. Deze thermiek manifesteert zich niet als één aaneengesloten luchtlaag maar met grote onregelmatigheden. Dat laatste wordt veroorzaakt door het feit dat het aardoppervlak nu eenmaal ook erg onregelmatig is. Wanneer de weersomstandigheden gunstig zijn, vliegen ooievaars 7 tot 8 uur per dag en leggen ze zo maximaal 500 kilometer af. Hoe warmer (lees gunstiger) het weer, hoe hoger het gemiddelde aantal kilometers per dag. In Europa ligt dit zo rond de 220 kilometer en in Afrika zo rond de 300. Dat zijn flinke afstanden, maar voordat je met dat gemiddelde 12.000 kilometer verder bent, is toch nog een hele opgave. Hoe hoger de ooievaar dus middels de thermiekstroom komt, hoe groter de ‘winst’. In de thermiekstroom stijgen ze veelal tot wel 700 meter hoog, verlaten dan de stroom en laten zich geleidelijk omlaag glijden. Zo leggen ze dus zonder vleugelslag grote afstanden af en halen daarbij ook nog gemakkelijk snelheden van zo’n 80 kilometer per uur. Voor ooievaars zijn er twee belangrijke trekroutes, de westelijke via Frankrijk, Spanje en Portugal over Gibraltar naar Noord Afrika en de oostelijke welke via de Bosporus naar Midden en Zuid Afrika leidt. Hun overwinteringsgebied is dus vrij groot en strekt zich over een groot deel van Afrika uit. Van Senegal, Mauretanië, Mali, Burkina Faso en Kameroen tot Tsjaad, Soedan en Kenia.

Bron: ooievaar.nl

Artikel delen:

Reageer