Vragen over 'heel bijzonder onderwijs'

Vorige week donderdag, 20 september, heeft het college het boekwerk "Heel bijzonder onderwijs in Stadshagen II" in ontvangst genomen. In dit boekwerk geven vijf verschillende organisaties hun visie weer op een unieke wijze van christelijk onderwijs. Tot nu toe zorgde elk van deze organisaties voor haar eigen onderwijsvoorziening. Met dit plan spreken ze de ambitie uit om gezamenlijk een bijzondere samenwerking aan te gaan, met als doel een nieuw totaal concept voor onderwijs te realiseren. In dit plan komt niet alleen het onderwijs aan bod. Het plan wil onderwijs overstijgend bezig zijn en betrekt buitenschoolse opvang maar ook de wijk en welzijn bij hun plannen.

Ook de CDA fractie heeft dit boekwerk mogen ontvangen uit handen van één van de partners die dit plan ondersteunt. Deze partners van de stad hebben een bijzondere ambitie waar zij gezamenlijk aan willen werken. De fractie van het CDA Zwolle vindt het een interessant initiatief dat aanknopingspunten biedt om de sociale cohesie in een wijk te bevorderen en op een positieve wijze het leefklimaat in een nieuwe wijk kan beïnvloeden. Het is een initiatief dat niet alleen lokaal maar ook nationaal aandacht trekt. Het is een kans voor de stad Zwolle om zichzelf op de kaart te zetten als stad waar innovatief en hoogwaardig onderwijs een kans krijgen.

Het college heeft op 29 oktober 2006 het masterplan stadhagen II uitgebracht. Een schets hoe deze nieuwe wijk van Zwolle vormgegeven dient te worden. In dit masterplan is door middel van sterren aangegeven waar ruimte is gepland voor voorzieningen zoals scholen. Het nieuwe initiatief, heel bijzonder onderwijs, past wellicht niet direct binnen dit plan.

De fractie van het CDA wil het college in het kader van artikel 44 van het reglement van orde voor de gemeenteraad de volgende vragen stellen:

  1. Is het college het met de CDA fractie eens dat dit initiatief ruimte moet krijgen om nader onderzocht te worden?
  2. Is het college bereid om in het masterplan Stadshagen te kijken naar ruimte om dit initiatief mogelijk te maken?
  3. Bent u bereid om op korte termijn met de initiatiefnemers en andere betrokkenen in overleg te gaan om te bezien of en in hoeverre dit plan tot uitvoering kan worden gebracht?
  4. Mocht u een van bovenstaande vragen met een nee beantwoorden kunt u dan aangeven welke redenen hieraan ten grondslag liggen?

Namens het CDA,

Jan Korteweg en Martijn Sikkens

Artikel delen:

Reageer