Schilderij Jan Lievens ontdekt bij de Fundatie

Zwolle – In de collectie van Museum de Fundatie is een stilleven uit 1627 van de Leidse schilder Jan Lievens ontdekt. Het paneel is, toen het circa 1928 in het bezit kwam van Dirk Hannema, aan diverse kunstenaars toegeschreven.

jan_lievens_vanitasstilleven_olieverf_op_paneel_1627_596_x_972_cm_collectie_museum_de_fundatie_zwolle_heino-wijhe_lrafbeelding.jpg

Na onderzoek door het Rijksmuseum Amsterdam is nu vast komen te staan dat het schilderij daadwerkelijk van de hand van Lievens is, één van de belangrijkste Hollandse 17e-eeuwse meesters. Op dit moment is het Vanitasstilleven te zien in het Pop-up Museum van het tv-programma De Wereld Draait Door (Allard Pierson Museum, Amsterdam, tot eind mei 2015).

 

Dirk Hannema, stichter van Museum de Fundatie, verwierf het Vanitasstilleven uit een Engelse particuliere collectie. In het boek Flitsen uit mijn leven als verzamelaar en museumdirecteur schreef hij in 1973 dat hij het paneel “ongeveer vijf en veertig jaar geleden voor enkele honderden guldens” had verkregen. Ervan uitgaand dat Hannema’s herinnering juist is, zou hij het schilderij rond 1928 gekocht moeten hebben. Hannema was toen directeur van Museum Boymans in Rotterdam. Naast de verwerving van werken voor de collectie van het museum was Hannema ook bezig een eigen verzameling op te bouwen. “Kunst verzamelen is een kwestie van aanleg. Men moet weten wat men wil en de overtuiging hebben dat het zó moet zijn”, schreef hij in Flitsen. Toch was de charismatische Hannema met zijn overtuigingen niet altijd onfeilbaar. Zelf werd hij niet gehinderd door zijn twijfelachtige reputatie op het gebied van toeschrijvingen. De kwestie rond het door hem aan Vermeer toegeschreven schilderij De Emmaüsgangers – zijn aankoop voor Museum Boymans die een vervalsing door Han van Meegeren bleek te zijn – bleef hem achtervolgen, hoewel relativerend gezegd moet worden dat men toentertijd algemeen van mening was dat het hier om een Vermeer ging. 

 

Toen Hannema het Vanitasstilleven in 1933 in bruikleen gaf voor de tentoonstelling  Het Stilleven bij Kunsthandel Goudstikker in Amsterdam, wilde Goudstikker het werk duiden als een Rembrandt. Ook kunstcriticus H.P. Bremmer schreef het paneel in het periodiek Beeldende Kunst (nr. 34, jrg. 20, 1933-1934) toe aan Rembrandt. Hannema was echter van mening dat het werk een samenwerking van Rembrandt en Lievens moest zijn. Op zijn speciaal verzoek heeft Goudstikker het werk vervolgens als “Leidsche School 17de eeuw” tentoongesteld. In 1947 gaf de Zweedse kunsthistoricus Ingvar Bergström aan dat het schilderij mogelijk van de Engelse kunstenaar David Bailly zou kunnen zijn. Hannema nam deze toeschrijving over: in zijn inboedelinventaris uit 1948 stond de Vanitas als werk van Bailly omschreven. Maar in de collectiecatalogus van de Stichting Hannema-de Stuers Fundatie uit 1967 komt Hannema hier op terug. Hij beschrijft daarin het schilderij als een typisch Leids stilleven en noemt de met elkaar bevriende en in hetzelfde atelier werkzaam zijnde historie- en portretschilders Rembrandt en Lievens als makers van het werk: “Het lijkt daarom juist, deze breed geschilderde Vanitas, aan een samenwerking van beide meesters toe te schrijven, in het midden latend waar de ene schilder ophoudt en de andere begint, waar de schildering van de ene meester door de andere wordt overgenomen.”

 

Onderzoek Rijksmuseum Amsterdam

Na Hannema’s overlijden in 1984 heeft het paneel lange tijd het predikaat ‘Maker onbekend’ gedragen. Lievens biograaf Bernard Schnackenburg bestempelde het Vanitasstilleven uit de collectie van Museum de Fundatie enkele jaren geleden al als een authentiek werk van Lievens. Eind 2014 is het paneel in het restauratieatelier van het Rijksmuseum Amsterdam onderzocht, vanwege de suggestie dat het van de hand van Rembrandt zou kunnen zijn. Na materiaal-technisch en stilistisch onderzoek hebben verschillende experts vastgesteld dat het olieverfschilderij daadwerkelijk van de hand van de uit Leiden afkomstige Jan Lievens is. Het werk doet sterk denken aan diens Stilleven met boeken uit 1627-1628, dat in bezit is van het Rijksmuseum. Dit soort stillevens was populair in de tweede helft van de jaren twintig van de zeventiende  eeuw. Niet alleen Lievens, maar ook Rembrandt schilderde dergelijke vanitas-voorstellingen, waarin het motto ‘mens, gedenk te sterven’ centraal staat. Lievens heeft in dit schilderij de symboliek van de vergankelijkheid van het aardse bestaan gevat. De schedel, de viool, de zandloper, maar ook de gedoofde kaars herinneren de beschouwer aan zijn sterfelijkheid.

 

Jan Lievens

In zijn geboorteplaats Leiden genoot de jonge Jan Lievens (1607-1674) een grote populariteit. Samen met Rembrandt werd hij in Amsterdam leerling van Pieter Lastman. In Leiden deelde Lievens vervolgens een atelier met Rembrandt. Constantijn Huygens zag toen al de kwaliteit van beide kunstenaars, wier werk nauw met elkaar verweven is. Toen Lievens in 1631 naar Londen vertrok, kwam zijn stijl onder invloed van Anthony van Dyck. Na zijn kennismaking met het werk van Rubens tijdens zijn verblijf in Antwerpen, werd Lievens’ oeuvre barokker van aard. Bij terugkeer in Amsterdam ontving hij belangrijke opdrachten van De Republiek en het Amsterdamse stadsbestuur. De ongekende status die Rembrandt kreeg vanaf de 19e eeuw, is Lievens nooit ten deel gevallen. Dankzij recente tentoonstellingen in Washington en Amsterdam is hij opnieuw onder de aandacht gebracht van het grote publiek. Wereldwijd zijn verschillende schilderijen van hem opgedoken en aan hem toegeschreven. 

 

Pop-up Museum 

Het Vanitasstilleven van Lievens is tot eind mei 2015 te zien in het Pop-up Museum van het tv-programma De Wereld Draait Door. Museum de Fundatie en negen andere Nederlandse musea zijn door DWDD uitgenodigd om in het Allard Pierson Museum in Amsterdam tien museumzalen in te richten met kunst uit hun depots. De uiteindelijke selectie van de tentoongestelde werken werd gemaakt door tien vaste gasten van het programma. Actrice Halina Reijn was de gastconservator van Museum de Fundatie en heeft samen met het museum rond het thema ‘verborgen kunstenaars’ een bijzondere presentatie samengesteld. Het werk van Jan Lievens heeft in het Pop-up Museum een plek gekregen bij De molen ‘Le blute-fin’ van Vincent van Gogh, een andere verborgen parel uit de collectie van De Fundatie. In 2010 werd door onderzoek van het Van Gogh Museum duidelijk dat Hannema het schilderij terecht aan de beroemdste Nederlandse kunstenaar uit de negentiende eeuw had toegeschreven. De twee andere schilderijen die afgeschreven werden als Van Gogh, zijn nu eveneens in het Pop-up Museum te zien, als ook  een vanitasstilleven van de hand van Peeter Sion en een vanitasstilleven van de hand van Nicolas de Largillière. De toeschrijving van het werk van Jan Lievens in Museum de Fundatie is wederom van grote waarde voor de betekenis van de collectie. Het Vanitasstilleven zal na de expositie in het Pop-up Museum weer in de vaste presentatie van De Fundatie te zien zijn.

Museum de Fundatie beheert een omvangrijke collectie beeldende kunst, die zijn oorsprong vindt in de verzameling van de oud-directeur van Museum Boymans te Rotterdam, Dirk Hannema, en die later belangrijke aanvullingen kende met onder meer de kunstcollectie van de Provincie Overijssel. Museum de Fundatie heeft twee locaties: Kasteel het Nijenhuis bij Heino en het in 2013 spectaculair uitgebreide Paleis a/d Blijmarkt in Zwolle.

Artikel delen:
Reacties 9
  1. Toch altijd weer bijzonder dat de waardering voor een schilderij stijgt wanneer duidelijk is dat het van een beroemde schilder is.:) Dat zegt wel iets over hoe we kijken naar schilderijen.
    Jammer voor Dirk Hannema dat hij pas na zijn dood wordt gerehabiliteerd als de kunstkenner die hij was. En dat omdat hij stug bleef volhouden in zijn vermeende gelijk nieuwe Vermeers ontdekt te hebben. Zijn ongelijk daarin en zijn handelswijze in de oorlog hebben hem in een isolement gebracht. Daar profiteren wij in Zwolle nu van; anders was hij misschien gewoon in Rotterdam gebleven.:)


    ⚠️ Meld

  2. @Dame,

    Jammer voor Dirk Hannema dat hij pas na zijn dood wordt gerehabiliteerd als de kunstkenner die hij was

    Ik heb hem nog gekend, als een heel oude man, zittend in een leunstoel in één van de kamers van kasteel Het Nijenhuis tijdens een openstelling.
    Zijn scherpe oogjes zagen nog alles wat voorbij kwam en ondanks zijn hoge leeftijd genoot hij nog erg van alle belangstelling.
    En om 7 uur s’avonds werd hij dan door één van de suppoosten naar zijn privékamer in het kasteel naar bed gebracht.
    Op de eerste verdieping staat nog steeds een mooi bronzen borstbeeld van hem, een zeer markante man.


    ⚠️ Meld

  3. Een bijzondere man, Observer, dat heb ik al van menigeen gehoord. Een beetje verbitterd en zoekend naar eerherstel. Heb je ook die kamer met als die Pro Juventutekalenders gezien? 🙂 Mooi voor de samenleving dat hij Overijssel de kunstcollectie die hij heeft opgebouwd, heeft nagelaten.


    ⚠️ Meld

  4. @Dame, jazeker en wij hebben onze Zwolse trots, de Fundatie voor een groot deel aan hem te danken.

    Een beetje verbitterd en zoekend naar eerherstel

    Ik kan deze dramatsche levensloop van hem mooi gebruiken in onze volgende Nacht en ontijwandelingen, dank je voor de tip.:)


    ⚠️ Meld

Reacties zijn gesloten.