Cremer in Verf, 60 jaar schilderkunst

Zwolle – Jan Cremerbegon al op zijn veertiende met schilderen. En het was meteen raak. Geen voorzichtige eerste stapjes, geen aarzelend zoeken, maar al direct de felle kleur en het grote gebaar. Na meer dan een halve eeuw ontwikkeling zijn die twee kenmerken nog altijd de basis van zijn kunst. Cremer spreektzich krachtig en zonder reserve uit. Onder de titel CREMER IN VERF, 1954-2014 toont Museum de Fundatie in Zwolle van 19 april t/m23 augustus 2015 een uitgebreid overzicht van 60 jaar schilderkunst van Jan Cremer.

16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_05.jpg

Cremer is geen schrijver die schildert. Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam daarna. Of misschien is het juister om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer namelijk twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet vast te leggen en te verwerken. De ene keer op papier, de andere keer in verf. I paint, I write, I paint, zoals de monografie heet die in 2000 aan zijn dubbeltalent werd gewijd.De jonge Jan Cremer, geboren op 20 april 1940 in Enschede, lanceerde zichzelf in het Parijs van de jaren 50. De lichtstad wasdestijds een internationale smeltkroes van kunst en cultuur, waarin hij als artistieke veelvraat zijn levenshonger probeerde te stillen. In Parijs ontwikkelde hij zijn zogeheten ‘Peinture Barbarisme’, woest beschilderde doeken met dikke lagen verf, gemengd met zand, juteen andere materialen. Met zijn onorthodoxe techniek en dito persoonlijkheid plaatste hij zichzelf in één klap in de frontlinie van de moderne kunst.

 16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_04.jpg

16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_01.jpg

16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_03.jpg

In 1961 verlietCremerde wereldstad Parijs (waar hij wel een atelier aanhield) voor het afgelegen Ibiza. De brandende zon en het ruige landschap leidde tot een serie werken die in hun trefzekere schriftuur haast oosters aandoen. Ze laten zien hoezeer schilderen en schrijven in elkaars verlengde kunnen liggen en soms elkaar overlappen. Bij Cremer was dat letterlijk het geval. De publicatie van zijn niets-verhullende schelmenroman Ik Jan Cremer in 1964 choqueerde de culturele elite in Nederland. Met de opbrengst van deze “onverbiddelijke bestseller”, die later in tientallen landen werd vertaald, vestigde hij zich in het Chelsea Hotel in New York. Daar begon hij opnieuw te schilderen, ditmaal geen abstracte doeken vol verfgeweld maar expressieve en kleurrijke tulpenvelden. Cremers incorporatie van het Hollandse clichébeeldbij uitstek mag gezien worden als een verbinding tussen de pure schilderkunst van Parijs en Ibizamet enerzijds de grote Hollandse landschapstraditie en anderzijds de anti-traditionele pop art van New York.

16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_02.jpg

Het landschap, zowel in Nederland als in de vele exotische oorden die hij door de jaren heen bezocht, waaronder Mongolië en Siberië, groeide uit tot het centrale thema in het geschilderde oeuvre van Jan Cremer. Meer recentis daaraan het zeegezicht toegevoegd. Door de monumentale formaten, tot drie meter breed,en de stevigopgebrachte verflagen hebben deze stukken een sterk fysieke aanwezigheid, die een continuïteit vormen met het ‘Peinture Barbarisme’ uit zijn beginperiode.Schilderijen met titels als Mongoolse zee (2007),Montauk Sunrise (2010) en Cape Cod(2012) zijn niet alleen een directe weerslag van Cremers reislustmaar vooral ook een metafoor van zijn voortdurende behoefte aan ruimte en beweging, die in al zijn doen en laten eenbelangrijke drijfveer is.

16-04-2015_jan_cremer_in_de_fundatie_06.jpg

Op dezegrote overzichtstentoonstelling van Cremers schilderkunst in Museum de Fundatie in Zwolle,is zijn artistieke ontwikkeling te volgen aan de hand van zes clusters van werken. Elke cluster vertegenwoordigt een fase in zijn schilderkunstige avontuur.Tot de selectie behoren schilderijen die in de jaren 60 en 70 door de Provincie Overijssel werden verworven. Een aantal van hen kwamen van de schilder-verzamelaar Paul Citroen, die op de academie in Den Haag een van Cremers docenten was en al vroeg oog had voor diens baanbrekende werk. Behalve in de kunstcollectie van de provincie, die onder beheer valt van de Fundatie, bevinden zich in de eigen collectie van het museum nog twee schilderijen van Jan Cremer, beide daterend van 1959. Woestijngevechtwerd in 2014met steun van de BankGiro Loterij verworven, Nanachtis in langdurig bruikleen verkregen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Zoals de titel al aangeeft, staat de schilderkunst van Jan Cremer centraal op de tentoonstelling in Zwolle. Om recht te doen aan de veelzijdigheid van zijn kunstenaarschap is er op gepaste wijze tevens aandacht voor Cremers schrijfwerk, alsook voor de vele foto’s die hij tijdens zijn turbulente leven heeft gemaakt.Een deel van deze foto’s is te zien in Zwolle, een ander deel in Kasteel het Nijenhuis, Heino/Wijhe. Bij de tentoonstelling verschijnen twee boeken bij Uitgeverij Waanders & de Kunst: een tentoonstellingscatalogus gewijd aan de schilderijen en een boek over Cremers fotografisch werk.

Artikel delen:

Reageer