Borduursels Rob Scholte naar de Fundatie

Zwolle – Van 28 april t/m 18 september 2016 is in Museum de Fundatie Zwolle Rob Scholte’s Embroidery Show te zien. 

rob_scholte_-_nachtwacht_2007.jpg 

Rob Scholte speelt met copyright. Zo gebruikte hij in 1984 het logo van Philips voor zijn schilderij Nachtlicht. Later plaatste hij zichzelf met zijn schilderijen Utopia en Nostalgia in de rij van beroemde Olympia-verbeelders, naast Giorgione, Titiaan, Manet en Ramos. In 1987 schilderde hij een zelfportret als ©-teken, waardoor hij als het ware het beeldrecht verkreeg op dit veelgebruikte symbool. Met de ‘Embroidery Show’, die vanaf 28 april tot 18 september 2016 in Zwolle te zien is, voegt Scholte een nieuw hoofdstuk toe aan zijn beeldrechtverhaal. In de Wolk van Museum de Fundatie toont Scholte zijn verzameling van bijna 1000 borduurwerken, gemaakt door evenveel volstrekt onbekende meesters.

In 2005 begon Scholte, terug in Nederland na een jarenlang verblijf in het buitenland, met het verzamelen van borduursels. Stelselmatig kocht hij bij kringloopwinkels en op kofferbakmarkten alle toen nog ruim aanwezige borduurwerken op. Hij weigert om – in zijn woorden – “de ongeïnteresseerde domheid te geloven, waarmee Nederland ten faveure van Ikea-prints afstand neemt van de traditionele, met de hand gemaakte, borduurwerken, die door de moeders, de groot-, de overgroot – en betovergrootmoeders (soms ook mannen) van ons land anoniem, met zoveel liefde en geduld in de hen overblijvende krappe uurtjes, steek voor steek, zijn vervaardigd. […] Het resultaat van lange weken, maanden en jaren noeste arbeid wordt door erfgenamen voor slechts een euro van de hand gedaan.”
 
Scholte bracht eerder de Oorlogsprenten van Jan Sluijters bijeen, in 2014 tentoongesteld en aangekocht door Museum de Fundatie in Zwolle, om aandacht te vragen voor dit onderbelichte deel van Sluijters’ oeuvre. Met de Intarsia-serie, onderdeel van de tentoonstelling ‘Silk cut’ in 2011 in Kasteel Nijenhuis te Heino en momenteel te zien in het Rob Scholte Museum te Den Helder, plaatste hij het werk van veelal anonieme makers op de voorgrond. Nu ziet Scholte het als zijn missie de Embroidery-werken de waardering te geven die zij volgens hem verdienen. Scholte merkt dat de borduurwerken vooral tot leven komen aan de achterkant, met de vaak rafelige afwerking. Hij besluit ze daarom omgedraaid in te lijsten, te signeren en ze verder onveranderd aan het publiek te tonen. Scholte’s toegevoegde handtekening zorgt volgens de huidige wetten van de kunstwereld al onmiddellijk voor een flinke opwaardering van de Embroidery, ook in financieel opzicht.
 
Op de achterzijde van de borduursels, die bij Scholte dus de voorzijde is geworden, verspringen de wollen draden schijnbaar willekeurig. Een bepaalde esthetica zit er niet achter, slechts spaarzaamheid, of de onwil om de draden af te hechten, bepaalt de uiteindelijke vorm.
Soms zie je dikke knopen en lange slierten, dan weer is de achterkant keurig afgewerkt, alsof het eigenlijk een voorkant betreft. Aan de achterkant zie je in feite de worsteling met het voorbeeld, dat er aan de voorkant zo mooi mogelijk uit wil zien. Aan deze tot dusver verborgen gebleven achterkanten lees je als kijker de werkelijke inspanning en het eigenlijke karakter van de makers af. Hun grote toewijding is volgens Scholte ook een duidelijk teken, dat zij de kunst zelf, het gekozen voorbeeld in het bijzonder, zeer toegewijd zijn.
 
Thematisch geordend en serieel gerangschikt stoffeert Scholte met deze uitingen van vaderlandse geschiedenis, die tot nu toe ongezien bleven in de musea, het atrium en de derde en vierde verdieping van de recente uitbreiding van Museum de Fundatie. Alom bekende afbeeldingen van schilderijen van oude meesters als Rembrandt, Vermeer, Fragonard, Millet en anderen worden door Scholte gepresenteerd naast minder bekende afbeeldingen van dieren, portretten en landschappen. Opmerkelijk zijn de Jachttaferelen of de eerder door Scholte op de postume afscheidstentoonstelling van Jan Hoet in het James Ensor Museum te Oostende getoonde Zeegezichten.
 
Museum de Fundatie toont de ‘Embroidery Show’ van Rob Scholte in nauwe samenhang met de tentoonstelling ‘Wilden – Expressionisme van ‘Brucke’ en ‘Der Blaue Reiter’’, met onder meer werk van  Ernst Ludwig Kirchner, Emil Nolde en Alexej von Jawlensky. Deze laat de opkomst van het expressionisme aan het begin van de twintigste eeuw zien, die voor Scholte een grote inspiratiebron is. ‘Wilden’ vormt een dubbeltentoonstelling met ‘Nieuwe Wilden – Duits Neo-Expressionisme uit de jaren tachtig’, die parallel in het Groninger Museum is te zien. Als generatiegenoot van de Duitse Nieuwe Wilden en representant van deze stroming in de Nederlandse kunst levert Rob Scholte met zijn borduurwerken het meest uitgesproken commentaar op deze beide tentoonstellingen van wilde schilderkunst.

Artikel delen:

Reageer