OnZichtbaar Zwolle

Zwolle – Donderdag 16 maart was er in het Historisch Centrum Overijssel weer een bijeenkomst in de serie 'Verhalen over Zwolle'. De avond had als thema 'OnZichtbaar Zwolle'. Veel van wat was in de stad is tegenwoordig niet meer zichtbaar in het straatbeeld. Onderzoek brengt de verdwenen geschiedenis weer tot leven.

weerfoto-9-maart-2016-eekwal.jpg 

Agnes Hemmes (Bureau Monument en Cultuur) nam de geïnteresseerde bezoekers mee naar de Eekwal ook wel Eekmolenbolwerk. Het Eekmolenbolwerk werd gebouwd om de stad Zwolle te verdedigen. Door de hoogte van het bolwerk was het een ideale plek voor een molen. Een eekmolen, die eikenschors maalde, een belangrijk ingrediënt dat gebruikt werd bij het looien van leer. De huiden werden samen met de eek en het water uit de stadsgracht in grote tonnen gedaan. Het looizuur uit de gemalen eikenschors werkte in op de huiden. De gelooide huiden werden in de gracht gespoeld.

20170317_hofjes_in_zwolle.jpg

3d_volgvlucht_aahof_apr_15_hoek_arne_schelde_kopie.jpeg 

Koeienhuiden waren in Zwolle ruim voorhanden. Van heinde en ver werden de koeien naar Zwolle gebracht. Voordat ze op de Ossenmarkt verhandeld werden, werden de dieren in de Mastenbroekerpolder geweid om op gewicht te komen. Ook werden er varkenshuiden, honden- en kattenhuiden gelooid.

Door concurrentie vanuit Brabant en vanuit het buitenland zijn de leerlooierijen eind negentiende eeuw verdwenen. Ook wilde men wel graag af van de stankoverlast die de leerindustrie veroorzaakte.

De Eekwal is niet zoals bij veel andere bolwerken wel gebeurde afgegraven.
Het niveauverschil is nog in de huidige bebouwing zichtbaar. Een stadsbeeld met bedrijfsgebouwen met droogzolders, kuipen en bergen eikenschors is verdwenen. De naam Eekwal, de restanten van de laatste molen die nu woonhuis is en de vorm van de bebouwing herinneren nog aan vroeger tijden.

De tweede presentatie was van Saskia Zwiers (directrice van het Vrouwenhuis). Samen met Jan ten Hove heeft zij het boek 'Hofjes in Zwolle 700 jaar huisvesting voor ouderen' geschreven. Dit was ter gelegenheid van het 275 jarig bestaan van het Vrouwenhuis in Zwolle.

Zwolle kende geen hofjes zoals bijvoorbeeld in Haarlem, waar de huisjes om een gemeenschappelijke binnenplaats werden gebouwd en door een poort toegankelijk waren.
De Zwolse hofjes of gasthuizen waren gewone huizen nagelaten of gebouwd door weldoeners die zich het lot van hun minder bedeelde stadsgenoten aantrokken. IJdelheid zal ook een van de drijfveren zijn geweest. De namen van de stichters waren zichtbaar op gevelstenen. Nazaten hebben vaak nog generaties lang het beheer en de zeggenschap over de huizen en hun bewoners gehad. Vaak kon men vanaf vijftig jaar in de diverse huizen terecht. De bewoners waren vaak vrouwen, die voor elkaar moesten zorgen. Zij hadden geen vak geleerd en waren het kwetsbaarst. De huizen veranderden vaak van naam, omdat ze van eigenaar veranderden. Als je niet uit een vermogende familie kwam was je lot op je oude dag armoede. Veel van de oude hofjes zijn door geldgebrek opgeheven of geschonken aan woningbouwverenigingen.

Vanaf 1 januari 1957 konden ouderen hun AOW ophalen in het postkantoor. De zorg voor ouderen is geen particuliere aangelegenheid meer. De Kievietsbloem is het eerste bejaardentehuis in Zwolle.
Eind 2017 zal de Knarrenhof opgeleverd worden. Een hofje nieuwe stijl. De voordeuren van de levensloop bestendige huizen worden aan de buitenkant gesitueerd. De bouwvorm van een hofje moet het gevoel van veiligheid en de sociale samenhang vergroten.

De muziek werd verzorgd door Filomeno Groce (zang) en Max Appelman (gitaar).

Loes la Faille 

 

Artikel delen:

Reageer