Een mooie dag!

'A-grrrr-humm. A-grrrr-hummumm'. En als was het een geeuwreflex doe ik hem na: 'A-grrr-humm'….

Het is schitterend weer. Op de kalender staat negen februari. Het weerbericht voorspelde vanochtend 14 graden in Limburg, terwijl -14 op dit moment niet zou misstaan. Het terras is dan ook goed gevuld en de vroeg ingevallen lente wordt door de terrasbezoekers, met een de zon toegewend gezicht, gretig ontvangen.

'A-grrrr-humm', klinkt het weer naast me en ik kan nauwelijks een herhaling onderdrukken. De man naast me ligzit in de rieten stoel en speurt de hemel af alsof daar iets te zien is. Ik volg zijn blik en staar het egale blauw in dat Zwolle momenteel overspant. Waar kijkt hij naar? Het enige dat ik zie zijn witte condensstrepen die kriskras de hemel doorkruisen. Scherpe, smalle pasgevormde en breed uitgewaaierde halfopgeloste. Van die laatste zijn er tamelijk veel. Gek, ik zag ze even voor wolken aan.

'A-grrrr-humm', doe ik en vlak daarna mijn buurman 'A-grrrr-hummumm'

'Het zijn d'r nogal wat hè?', hij kijkt mij van opzij aan. "t Is niet alleen de A28 die onze stad versmeert, de IJsselallee die half verscholen zijn geniepige werk doet en de Ceintuurbaan die zeer kwalijke dampen verspreidt maar ook die verrekte dingen daar boven'. Hij prikt met zijn wijsvinger in de lucht.

Het plotselinge relaas overvalt me. Een gek geworden milieufanaat?  Maar voor ik verder kan denken, gaat hij voort:

'En dan koop je je geweten af. Voor vijftig euro. Planten ze zogenaamd weer bomen voor. Waar dan? Wáár dan vraag ik je. Man, d'r is niet eens genoeg plek!'

Inmiddels is hij van lig- naar zithouding veranderd. Op een elleboog half naar mij toegedraaid vervolgt hij zijn betoog:

'Ga maar na. Bossen worden massaal gekapt. Er wordt wereldwijd steeds meer gevlogen. Industrieën breiden zich in rap tempo uit, want we willen toch allemaal meer? Zie China, India. Wat denk je wat dat doet met de luchtvervuiling? Waar moet dat in hemelsnaam naar toe?'

Ik hoor hem even niet zijn keel schrapen.

'A-grrrr-humm'.  Voor ik hem wil antwoorden schraap ìk mijn keel. Beleefdheid boven alles. Maar ik krijg geen kans.

'En maar opwarmen, maar opwarmen. Kijk nou eens. Het is potdorie midwinter! En niemand lijkt zich erom te bekommeren. Kijk nou eens om je heen.  Wat vind je daar van?'

Hij spreekt me nu rechtstreeks aan. Maar voor ik hem kan antwoorden, staat hij met een plotselinge beweging op waarbij de rieten stoel bijna achterover stoot.

'A-grrrr-humm.  A-grrrr-humm', hij trekt zijn kin op de borst. Meteen ontsnapt mij onwillekeurig  een onderdrukt 'A-grrrr-humm'.

De man beent met grote passen weg. Het lucht mij op.

Nu de rust is weergekeerd, bestel ik een tweede cappucino.  De zon voelt behaaglijk warm. De lucht is nog strak blauw. Ik kijk weer naar de condensstrepen. Sommige met kleine zilveren puntjes er voor. Ik tel. Vijf, zes, zeven, acht. Acht vliegtuigen trekken er op dit moment door het luchtruim. Acht vliegtuigen. Hoeveel zijn dat er per dag? Hoeveel kerosine is dat? En hoeveel aan CO2?

Verderop kucht iemand. En weer iemand.

'A-grrrr-humm'. Is dat de man weer terug? Het is een vrouw, linksachter mij. En daar kucht het weer. En daar. Niet zo hard. Maar toch.

Na de condensstrepen vormt het keelschrapen de bron van mijn aandacht.

Nu ik er op let wordt er toch wel erg veel om me heen gekucht. En ik doe er ongemerkt aan mee.

Irriteert de vooruitgang ook mijn luchtwegen? En die van de mensen om me heen?  

Een rare vent die Al Gorefreak. Maakt iedereen maar ongerust met zijn praatjes. En dat op zo'n mooie dag!

'Ober, mag ik afrekenen?'

 

Rakker/11 februari 2008

Artikel delen:
Reacties 2

Reageer