Samenwerking jeugdhulp werpt vruchten af

Samenwerking jeugdhulp werpt vruchten af

Zwolle – Een pilot met plaatsing van jeugd- en gezinswerkers bij huisartsen in Zwolle werpt vruchten af. Driekwart van de kinderen en jongeren die bij de huisarts de jeugdwerker bezoeken, wordt niet meer doorverwezen naar specialistische jeugdhulp, zoals jeugd-GGZ. Vijftig procent kan worden geholpen door de jeugd- en gezinswerker zelf, 25% door het sociaal wijkteam. Dit blijkt uit een evaluatie over 2017.

Ook in het basisonderwijs is de weg ingeslagen naar samenwerking. Met vrijwel alle basisscholen zijn inmiddels afspraken gemaakt om jeugd- en gezinswerkers te laten samenwerken met schoolinterne ondersteuners. Huisartsen zeggen te merken dat zich minder ouders melden met een hulpvraag vanuit school, omdat de hulpvraag nu op school zelf beantwoord kan worden. 

Minder doorverwijzingen
Door deze samenwerking van sociale wijkteams, huisartsen en scholen, wordt bijgedragen aan de transformatie van de jeugdhulp. Door sneller en beter passende ondersteuning te bieden, worden onnodige doorverwijzingen voorkomen. Dat levert een daadwerkelijke besparing op van uitgaven voor jeugdhulp. Door de aanhoudende druk op jeugdhulp is dat ook nodig. Zo kan specialistische hulp beschikbaar blijven voor kinderen en jongeren die het echt nodig hebben. Jongeren blijken zich bovendien beter geholpen te voelen, omdat de ondersteuning nu ‘zo gewoon mogelijk’ is.

Het succes van de samenwerking betekent dat het college van B en W de lijn nu doortrekt naar het voortgezet onderwijs. Werd het schoolmaatschappelijk werk op die scholen voorheen uitgevoerd door externe aanbieders, per 1 januari 2019 gaat het volledig over naar de sociale wijkteams. Daarmee kunnen de ondersteuningsteams in het voortgezet onderwijs hulpvragen beter doorgeleiden volgens het principe: ‘zo zwaar als moet, zo licht als kan’.

 

Artikel delen:
Foto 1