Een eigen huis

Column Rakker

Hij heeft niet eens zo'n slechte stem. Zijn akoestische gitaar geeft te weinig volume voor de ruimte die de klanken opslurpt. De automatische deur schuift open en soms onmiddellijk weer dicht. Afhankelijk van het aantal mensen dat het winkelcentrum aan De Dobbe verlaat of binnengaat. Hoewel de zon schijnt, is het ijzig koud.

Hij kijkt niet eens meer op als er een winkelwagentje voorbij rammelt. 'Een eigen huis, een plek onder de zon en ………', het klinkt onwezenlijk hoewel hij een plek in de zon heeft betrokken, vlak tegen de gevel van de kapperszaak. Hij lijkt te mijmeren, verzonken in een onbereikbare wens. Desondanks zakt zijn stem een octaaf bij die passages die René Froger wel haalt maar hij niet. Al kom je niets te kort, 'simpelweg gelukkig' word je inderdaad niet zomaar. Ik stap op de fiets en denk na over het tafereel dat mij net trof. Ik heb een huis, een eigen huis. Ik ben gelukkig, 'simpelweg gelukkig'. En misschien is die straatmuzikant ook gelukkig.

Geluk is een subjectieve beleving, iets persoonlijks. Het wordt door iedereen op een heel andere manier beleefd. Geluk komt niet vanzelf. En wat voor de een geluk vertegenwoordigt, is dat voor de ander helemaal niet.

Plots speelt het refrein van het lied door mijn hoofd:

'Ja alles, alles kan een mens gelukkig maken

Een zingende merel, de geur van de zee

Ja alles, alles kan een mens gelukkig maken

De zon die doorbreekt, een vers kopje thee'

Je maakt keuzes, moet keuzes maken. Zelfs het besluit geen keuzes te maken is een keuze hoewel ik toegeef dat dit wel erg filosofisch klinkt. Zo kan alles gelukkig maken. Welke keuze of niet-keuze je ook maakt.
Zo kan alles een mens ook ongelukkig maken. Vanuit hetzelfde filosofische standpunt.
Als ik daar tegen de gevel van de kapperszaak moest zingen, zou ik doodongelukkig zijn. Ondanks dat ik het gitaarspelen machtig ben en over een geschoolde stem beschik.

Ik fiets nu naar mijn huis, mijn eigen huis. Gelegen aan de rand van Zwolle. Volop in de zon en tien tegen een dat er een kopje thee op me te wachten staat. En het jaargetijde doet de merels volop zingen
Zo simpel, zo knus en toch ook weer niet.
Als ik zing, zing ik voor mijn plezier. Stop ik een muziek-dvd in de computer, stem de dolby-surround 5.1 af, neem mijn gitaar en brul met Roger Waters of welke favoriete artiest dan ook mee. Niemand hoeft mij te horen. Ik schuif zelfs de deuren tussen de computerkamer en de woonkamer dicht. Ik zing om niet. Ik zing voor de lol, voor mijn geluksbeleving.

De straatmuzikant zit op een laag wit plastic opstapkrukje. Hij heeft een hoed voor zich op de grond gezet. Hij zingt niet om niet. Hij zingt, maar voor wie? Niemand luistert. Iedereen trekt ijlings aan hem voorbij, het liefst op een zo groot mogelijke afstand. Gezicht strak vooruit, oren dicht.

Een klein meisje loopt aarzelend naar de hoed. Haar gestrekte arm brengt ze boven de hoed waar ze haar dichtgeklemde hand ontspant. De munt valt met een doffe plof in de hoed. Ze draait zich razendsnel om en holt naar haar moeder die op een afstandje staat te wachten.

'Ja alles, alles kan een mens gelukkig maken …..', ondertussen knikt hij vriendelijk naar het meisje dat zich al heeft omgedraaid.

Rakker

Artikel delen:
Reactie 1
  1. Weer een heerlijke column van je rakker! ik zie die straatmuzikant elke week wel een paar keer! die man zorgt zeker voor een stuk sfeer op wc de Dobbe!!

Reageer