Arts-assistent Eline Steenhuis - Foto: Isala
Arts-assistent Eline Steenhuis
Foto: Isala

“Sommige mensen zijn maanden later nog steeds niet de oude”

Zwolle – De afdeling Longgeneeskunde van het Isala ziekenhuis heeft sinds juli een spreekuur voor patiënten die COVID-19 hebben gehad.

Twee middagen in de week ziet, spreekt en onderzoekt arts-assistent Eline Steenhuis mensen die maanden na hun infectie nog altijd klachten ervaren. Eline verzorgt het spreekuur samen met een collega arts-assistent. Gemiddeld zien ze zo’n zes patiënten op een middag. De achtergronden van deze mensen lopen uiteen.

Eline Steenhuis: “Sommigen hebben bewezen corona gehad en zijn bijvoorbeeld door hun huisarts doorverwezen. Anderen hebben wel symptomen gehad maar zijn nooit getest. Ook zitten er mensen tussen die bij ons in het ziekenhuis hebben gelegen en nu worden teruggezien. Wat ze bijna allemaal gemeen hebben is dat ze maanden later nog steeds niet de oude zijn.”

Voorafgaand aan het eerste polibezoek laten de arts-assistenten vaak een longfoto, CT-scan en longfunctietest bij de patiënten doen, om vast te stellen of en in welke mate er schade is. “In het spreekuur zelf bespreken we vervolgens deze uitslagen. We horen vaak aangrijpende verhalen over wat mensen hebben meegemaakt toen ze ziek waren. Maar waar ze vooral moeite mee hebben, is dat ze nog steeds belemmerd worden in hun dagelijkse doen en laten. De veelheid aan klachten is enorm. Ze blijven bijvoorbeeld last houden van extreme vermoeidheid, spierpijn, concentratieproblemen en pijn op de borst. En het zijn vaak relatief jonge mensen, die hier mee kampen. Bovendien zijn het soms ook mensen die tamelijk milde klachten hadden, die maanden later nog steeds niet hersteld zijn.”

“Als de uitslagen van de CT-scan en longfunctietest afwijkend zijn, wordt er een nieuwe afspraak gemaakt om over een paar maanden weer onderzoek te doen en daarmee te kijken of de schade en ontsteking hersteld is. Zijn de uitslagen wel goed, dan kun je daar soms een deel van de ongerustheid van mensen mee wegnemen. Tegelijk biedt het lang niet altijd soelaas; de klachten die zij nog steeds ervaren gaan er namelijk niet mee weg.”

“Het lastige is dat wij iemand niet altijd iets concreets kunnen aanbieden. Is er een indicatie om iemand door te verwijzen naar een revalidatiearts, dan doen we dat. Bijvoorbeeld bij patiënten die problemen ondervinden in de dagelijkse bezigheden en op het werk. Ook kunnen mensen samen met de huisarts en/of bijvoorbeeld fysiotherapeut, verder aan hun herstel werken. We bieden iedereen hulp van een medische psycholoog aan. Dit kan voor sommige mensen heel waardevol zijn om bijvoorbeeld te leren omgaan met de beperkingen die ze nu nog ervaren.”

Wat Eline opvalt is dat patiënten die een revalidatietraject hebben gehad, hier veel baat bij lijken te hebben. “Het is nog te vroeg om hier nu conclusies aan te verbinden. We blijven de komende periode allerlei data verzamelen, net zoals vele andere ziekenhuizen landelijk en wereldwijd dat doen. Ik verwacht dat die kennis die we met z’n allen opdoen op den duur bij elkaar wordt gebracht, waardoor we van elkaar leren. Zodat we bij volgende besmettingen de behandeling en bijbehorende nazorg nog effectiever kunnen inzetten.”

“Over wat de ziekte met het menselijk lichaam doet, weten we inmiddels wel meer dan toen corona net de kop opstak. Bijvoorbeeld dat het behoorlijke ontstekingen in de longen kan veroorzaken maar ook schade aan andere organen kan toebrengen. Naar aanleiding daarvan zijn er protocollen opgesteld, waardoor we in de nabije toekomst meer multidisciplinair kunnen samenwerken. Daar gaan nieuwe met COVID-19 besmette patiënten denk ik veel aan hebben.”

Bron: Isala

Artikel delen: