Oplossingen jeugdzorg lastig te realiseren

Zwolle – De Overijsselse jeugdzorgbrigade heeft in opdracht van de provincie Overijssel onderzoek gedaan naar de bureaucratie in de jeugdzorg in Overijssel. Deze opdracht past in de afspraak met minister Rouvoet de ervaren regeldruk in de jeugdzorg te verminderen.

In het onderzoek is 'ervaren regeldruk vanuit 'het perspectief van ouders en jeugdigen' leidend geweest bij het bevragen van cliënten, professionals en bestuurders. Het onderzoek kent een kwalitatief deel en een kwantitatief deel. Dit laatste deel vloeit voort uit de afspraak die de provincie Overijssel heeft gemaakt met minister Rouvoet om in 2011 een merkbare vermindering van de regeldruk in Overijssel te realiseren met 25%. Daartoe is nu een nulmeting uitgevoerd.

Het kwalitatieve onderzoek leverde de volgende vijf belangrijkste resultaten op (er is geen sprake van een rangorde):

1.      Veel wisselingen van hulpverleners en veel overplaatsingen

2.      Geen of te weinig informatie krijgen en geen uitleg over keuzes die worden gemaakt

3.      Iedere keer moet je opnieuw je verhaal doen bij school, bij BJz en de zorgaanbieder. De hulpverleners 'kennen' je situatie niet echt, je bent een dossier

4.      Als je 18 jaar wordt is de financiële overstap veel te groot en moet je het zelf (en je (pleeg-) ouders) maar uitzoeken

5.      De (her)indicatieprocedure duurt te lang en kost veel formulieren

 

1.      De (her)indicatieprocedure: indicaties zijn op het aanbod gericht (te zwaar) en verlopen terwijl hulp nog niet is gestart

2.      Veel tijd in papierwerk over de cliënt ten koste van contact met en hulpverlening aan de cliënt

3.      Ontbreken van maatwerk in de hulpverlening

4.      Casemanagement op maat voor de cliënt ontbreekt waardoor niemand het complete overzicht heeft

5.      Protocollen overheersen het hulpverleningsproces waardoor creativiteit en eigen verantwoordelijkheid van de professional naar de achtergrond verdwijnen

Cliënten beantwoorden vragen over ervaren regeldruk veelal in relatie tot aspecten die de kwaliteit van de hulpverlening raken. Oplossingen worden ook in deze context door cliënten aangedragen: kwaliteitsverbetering. Ook benoemen cliënten regelmatig dat de professionals te weinig ruimte krijgen om hun vak goed uit te kunnen oefenen omdat zij gebonden zijn aan voorschriften en formulieren.

De meeste wet- en regelgeving heeft een redelijke basis en een logische bedoeling. Het doel wat men er mee wil bereiken is wel duidelijk. In de praktijk gaan regels of de interpretatie van regelgeving, vaak een eigen leven leiden en gaan regels uitdijen of gaan regels elkaar tegenspreken. Deze 'bijverschijnselen' van goed bedoelde en redelijke regels leiden tot onnodige bureaucratie en tot verlies van doeltreffendheid en doelmatigheid. Zij raken soms ook aspecten van kwaliteit van de hulp.  Voorbeelden variëren van hygiënevoorschriften over het bewaren van voedsel, arbovoorschriften, privacywetgeving en arbeidstijdenwet tot salmonellawetgeving. 

Het estafettestokje van de regelreflex start regelmatig met vragen van kamerleden aan de minister die vervolgens de vragen doorgeeft aan de provincie, die weer aan de bestuurders van instellingen en die weer aan de professional op de werkvloer…

Bovendien hebben cliënten met veel verschillende organisaties van doen, die ieder hun eigen formulieren hebben en registratiesystemen.

De oplossingen en aanbevelingen voor deze taaie materie raken alle betrokken partijen (cliënten, professionals, bestuurders van zorgaanbieders, bureau jeugdzorg, provincie Overijssel) op alle niveaus in het veld:

1.      Instellen van 'ontregelteams'. In deze teams worden professionals, medewerkers van de provincie en cliënten bij elkaar gebracht om over de toepassing van de regelgeving met elkaar te overleggen. Wat was het oorspronkelijke doel van de regel? Wat kan geschrapt worden? Wat kan vereenvoudigd worden? De 'ontregelteams' gaan de ervaren regeldruk verminderen en het oorspronkelijke doel wordt beter bereikt! Ruimte kan niet zonder verantwoording.

2.      Bevorderen van vertrouwen en verbetering van de samenwerking in de keten. Het doel is verbetering van de samenwerking tussen de verschillende instellingen en het wijzigen van de sturing. Dit krijgt invulling doordat professionals, bestuurders, provinciemedewerkers bij elkaar in de keuken te gaan kijken, gesprekken onderling aan te gaan over optimalisering van samenwerking, verbetering afstemming vraag en aanbod etc. De omslag in sturing vindt plaats door meer ruimte met de daarbij behorende verantwoording lager, dat wil zeggen weer in handen van de professional, te leggen.

3.      Ondersteuning ICT: ICT kan ondersteuning bieden in het stroomlijnen van informatie over de cliënt die uitwisselbaar is. Cliënten wensen dit ook nadrukkelijk. Daaraan gaat vooraf dat professionals en cliënten een pakket aan eisen formuleren wat er minimaal in de formulieren opgenomen dient te worden. Het gesprek hier over aangaan om tot vereenvoudiging te komen. Hierbij dienen professionals van verschillende instellingen betrokken te worden. Doel is efficiency en effectiviteit bevorderen.

Dat regels nodig zijn is voor iedereen evident. Dat teveel en ook nog eens versnipperde regels nergens toe leiden behalve meer werkdruk en minder directe cliëntcontacten ook. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen dit concreet tegen te gaan. Dat vraagt om een cultuuromslag van formaat. Dat vraagt een dialoog  en vertrouwen op alle niveaus om kloven in beleving, doelstelling en middelen die daartoe leiden te dichten. Cynisme en arrogantie dragen daar niet toe bij. Zichzelf en elkaar aanspreken op verantwoordelijkheden wel. Stoppen met roepen en naar elkaar wijzen, maar gefundeerd aangeven wat wel en niet nodig is aan regels, registratie, procedures en protocollen en het lef hebben te schrappen en samen te voegen. Om de eigen kracht van cliënten te versterken en iedere jeugdige kansen te bieden zich te ontwikkelen, is het belangrijk professionals de kans te geven hun kracht in dat proces in te zetten.

De Overijsselse jeugdzorgbrigade is niet de eerste die een advies uitbrengt om de regeldruk in de jeugdzorg te reduceren. Het valt ons op dat eerdere adviezen nauwelijks van elkaar afwijken, maar dat de uitvoering moeizaam tot stand komt. Merkbare oplossingen zijn blijkbaar lastig te realiseren.

Artikel delen:

Reageer