Zwolle gaf drie miljoen meer uit aan jeugdzorg dan verwacht

Zwolle gaf drie miljoen meer uit aan jeugdzorg dan verwacht

Zwolle – De gemeente Zwolle heeft vorig jaar drie miljoen euro méér uitgegeven aan jeugdzorg dan voorzien. De oorzaken liggen onder meer bij tariefsverhogingen van jeugdhulpaanbieders, méér nagekomen declaraties en omzetgaranties tijdens corona en een stijgende hulpvraag onder jongeren door corona.

Dat nu pas blijkt dat Zwolle over 2020 zo’n drie miljoen tekort komt, heeft onder meer te maken met de verantwoording van jeugdhulpaanbieders, die dit jaar voor het eerst uiterlijk 1 april binnen moest zijn. Dat heeft geleid tot een plotselinge en deels onverwachte golf declaraties van jeugdzorgaanbieders, aldus de gemeente.

Wethouder Michiel van Willigen (Jeugd en Onderwijs) is onaangenaam verrast door het tekort: “Ik ben erg ontevreden met deze financiële resultaten. De jeugdhulp was tot medio 2020 financieel op orde. De jongeren zijn in beeld en het aantal jongeren in jeugdzorg is niet toegenomen. Maar de totale omvang van het tekort, plus enkele andere oorzaken, worden nu pas duidelijk. Daarom is het zaak om zo snel mogelijk in beeld te krijgen welke kosten eenmalig zijn en welke niet; welke hervormingen werken en wat nog mogelijk is. Daarnaast is belangrijk wat de uitkomst wordt van gesprekken met het Rijk over extra geld voor jeugdzorg.”

Landelijk zijn besparingsmogelijkheden jarenlang te hoog ingeschat, zo blijkt uit een analyse die AEF in december 2020 maakte voor het Rijk en de VNG. Het volgende kabinet zal daardoor een oplossing moeten vinden voor een structureel tekort van 1,4 miljard. Dat Zwolle hierbij gunstig afsteekt, komt onder meer omdat veel dure zorg is bespaard door jeugd- en gezinswerkers bij huisartsen en op scholen. Maar de grote slag: 3,4 miljoen besparen door ambulantisering, wordt ook in Zwolle niet langer haalbaar geacht. Ambulantisering houdt in dat jongeren zo veel mogelijk kunnen deelnemen en wonen in de samenleving, door minder en kortere opnamen en verbetering van ambulante jeugdzorg.

Het AEF-rapport Stelsel in Groei laat weinig heel van de beleidstheorie waarmee de nieuwe Jeugdwet in 2015 is ingevoerd. Méér aandacht voor preventie en vroegsignalering zou tot grote besparingen kunnen leiden op duurdere zorg binnen de Jeugdwet. Daarvan is weinig terechtgekomen, zo stelt AEF: preventie heeft vooral geleid tot een nieuwe standaard voor opvoeden en opgroeien. Dat kan de kwaliteit van opgroeien hebben verbeterd, maar tegelijkertijd is de uitstroom uit ‘zwaardere’ zorg gestagneerd. Per saldo werd overal in Nederland veel méér geld uitgegeven. Landelijk zou het tekort van 1,4 miljard met inkomensafhankelijke zorgbijdragen kunnen worden teruggedrongen. Maar dat effect kan jaren op zich laten wachten. Gemeenten kunnen in de tussentijd niet veel doen, zo stelt AEF.

Zwolle vormt nog een gunstige uitzondering op het landelijke beeld: het tekort, inclusief de vijf miljoen die al vanaf 2018 in beeld is, is hier omgerekend slechts tweederde van de landelijke cijfers. Dit wijst erop dat de gemeente samen met partners in de stad op onderdelen toch geslaagde hervormingen heeft doorgevoerd. Zo hebben jeugd- en gezinswerkers op scholen en bij huisartsen in 2019 acht ton bespaard op 240 zorgtrajecten. Ook bij andere trajecten (o.a. de Twijn, Ambelt, BSO+, en in voorbereiding: dyslexie) worden jongeren in de normale omgeving van school ondersteund in plaats van een doorverwijzing. Ambulantisering blijkt echter ook in Zwolle weerbarstig, terwijl hier grote besparingen werden verwacht.

Artikel delen:

Reageer