Zwolle, havenstad door de eeuwen heen (2) - Foto: Jan la Faille
Foto: Jan la Faille

Zwolle, havenstad door de eeuwen heen (2)

Zwolle – ‘Regio Zwolle heeft de ambitie om de vierde economische topregio van Nederland te worden met Port of Zwolle als belangrijke aanjager. Met name de strategische ligging richting het achterland moet het gebied aantrekkelijk maken voor nieuwe partijen’. Dit is een citaat wat te lezen valt op de site van ‘Port of Zwolle’. Port of Zwolle is het gezamenlijke havenbedrijf van de gemeenten Zwolle, Kampen en Meppel. De verbreding van de sluis in de Afsluitdijk moet onze regio toegankelijker maken voor grotere schepen.

Het water is voor Zwolle door de eeuwen heen belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de stad. Het Zwarte Water bleef in de loop van de tijd beter bevaarbaar dan de IJssel die sterk verzandde. Bovendien duurde het lang voordat Zwolle een rechtstreekse verbinding met de IJssel kreeg. In Zwolle zijn er in de loop van de tijd veel plannen geweest om de bevaarbaarheid van het Zwarte Water te behouden of te verbeteren. De vaarweg is nooit een diepe scheepvaartweg geworden. De natuur was moeilijk te bedwingen.

Eiland tussen akkers
Een project om het Zwarte Water bevaarbaar te houden was Kraggenburg, later Oud Kraggenburg genoemd. Het was een voormalig, kunstmatig aangelegd, schiereiland in de Zuiderzee met een lichtwachterswoning. De Zuiderzee verdween en werd IJsselmeer. Water werd land. Oud Kraggenburg ligt nu als een eiland tussen de golvende akkers en staat te koop.

Zwolle derde koopstad van het rijk
De geschiedenis van Oud Kraggenburg begint in de jaren veertig van de negentiende eeuw. Het was de tijd van het opkomend liberalisme. Een kleine elite in Zwolle was van mening dat door een goed bevaarbaar Zwarte Water en het Zwolse Diep, Zwolle een stad van nationale betekenis kon worden. Zeeschepen moesten weer aan kunnen meren aan het Rodetorenplein. Destijds roemde de Kamer van Koophandel het project. Mogelijk kon ‘onze vaderstad waarschijnlijk tot de derde koopstad van het rijk’ gemaakt worden.

Schepen konden via een vaargeul in de Zuiderzee, Het Zwolse Diep, via het Zwarte Meer en het Zwarte Water naar Zwolle varen. Via het Zwolse Diep konden boten met een grotere diepgang Zwolle bereiken. Al sinds de Middeleeuwen was het stadsbestuur betrokken bij het op diepte houden en de betonning van deze geul. Door een samenspel van wind en bezinking van zand werd de bevaarbaarheid van de geul steeds weer teniet gedaan.

Prijsvraag
Om aan dit probleem een definitief einde te maken werd door de Overijsselse Vereniging tot Ontwikkeling van de Provinciale Waterstaat een prijsvraag uitgeschreven. Op deze prijsvraag kwam maar één reactie. Deze was van Ir. Benjamin Pieter Gesinus van Diggelen. Twee leidammen van zes kilometer lang moesten de verzanding van de vaarroute naar Zwolle tegengaan. Aan het eind van de dammen kwam een vluchthaven voor zo’n zeventig schepen en een lichtwachterswoning.

De Rijksoverheid wilde niet in het plan investeren. Om de plannen toch te kunnen realiseren werd ‘De Naamloze Maatschappij ter verbetering van den handelsweg over het Zwolse Diep’ opgericht. Ir. Gesinus van Diggelen werd de directeur van deze maatschappij. In 1845 werd een begin gemaakt aan de aanleg van de dammen.

Kraggen
Voor de aanleg werden zogenaamde kraggen gebruikt. Kraggen zijn drijvende stukken laagveen die in de kop van Overijssel waren gevormd. Ze waren voor een spotprijs te koop. De kraggen werden versneden tot repen van twee meter breed. Er werd een lange sleep van gemaakt. Ze werden door een schip via de Arembergergracht via Zwartsluis en het Zwarte Water naar de werkplek gesleept.

Over het ontstaan van de naam Kraggenburg bestaat een anekdote. De schipper of schippersknecht Jacob Bruintjes zou over de kraggen rondgesprongen hebben en ‘de Kraggenburcht’ geschreeuwd hebben. In 1848 was het project klaar.

Lichtwachter en rekenmeester
De eerste lichtwachter betrok in december van dat jaar de woning. Hendrik Winkel was niet alleen verantwoordelijk voor het ontsteken van de lichten op de dammen en de woning. Hij moest ook scheepvaartgelden incasseren. Voor dit deel van zijn werk moest hij kunnen schrijven en een vaardig rekenmeester zijn. De dammen en de woning werden slecht onderhouden. In 1875 werden deze door Rijkswaterstaat overgenomen. In 1877 werd de huidige lichtwachterswoning gebouwd op een verhoogde terp van 4.50 meter boven Amsterdams Peil. De laatste lichtwachter was Berend Kroeze. Van 1911 tot 1920 was hij lichtwachter. Vanaf 1920 tot aan de inpoldering van de Noordoostpolder in 1942 heeft de woning geen vaste bewoners meer gehad.

Bron:https://www.henrifloor.nl/teksten/kraggenburg.htm

Kraggenburg en de vaarweg van Zwolle naar zee
Aaldert Pol en Gerrit van Hezel
Een uitgave van de IJssel academie (Kampen 2000).

Foto's 4
Zwolle, havenstad door de eeuwen heen (2) - Foto: Jan la Faille
Foto: Jan la Faille
Zwolle, havenstad door de eeuwen heen (2) - Foto: Jan la Faille
Foto: Jan la Faille
Zwolle, havenstad door de eeuwen heen (2) - Foto: Jan la Faille
Foto: Jan la Faille
Artikel delen:

Reageer