Archieffoto hoge IJssel februari 2021 - Foto: WDODelta
Archieffoto hoge IJssel februari 2021
Foto: WDODelta

WDODelta verwacht geen problemen door hoogwater op de IJssel

Zwolle – Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) verwacht geen problemen door het stijgende water op de IJssel. Het hoge water in de maand juli is zeer bijzonder en tegelijkertijd goed beheersbaar, aldus WDODelta.

Door de zware regenval in het stroomgebied van de Rijn stijgt het water op de IJssel komende week ook, maar niet tot een verontrustend niveau, zo verwacht het waterschap. Uiterwaarden zullen onderlopen en het waterschap voert extra dijkinspectie uit op zogeheten zandmeevoerende wellen. Zoals altijd bij dit soort weersomstandigheden is het waterschap alert en blijft het de weersverwachting nauwgezet volgen. 

Deze ‘watersituatie’ op de IJssel in de maand juli is uitzonderlijk te noemen. Het komt dichtbij de waterstanden van afgelopen winter toen het waterschap ook te maken had met hoogwater. In de winter ging het met name om smeltwater uit de Alpen dat richting Nederland stroomde, nu gaat het om het vele regenwater in het stroomgebied van de Rijn.

Het Rijnwater komt bij Lobith ons land binnen en takt dan voor een deel af naar de IJssel. WDODelta verwacht de piek van het hoge water volgende week woensdag bij Deventer en kort daarna bij Zwolle. Zoals de vooruitzichten nu zijn, blijft de Wellekade in Deventer droog.

Wel zal het water van de IJssel tegen de dijken aan komen te staan. Dat is iedere keer weer een bijzonder gezicht en het waterschap verwacht op dit moment dat de situatie goed beheersbaar zal zijn.

Medewerkers van het waterschap lopen komende week extra dijkinspecties op die locaties waarvan bekend is dat er bij hoogwater risico is op zogeheten zandmeevoerende wellen. Dit houdt in dat bij hoogwater op de rivier het fenomeen ‘piping’ kan optreden. Hierbij baant het water zich door de hoge waterdruk een weg onder de dijk door en neemt onderweg zand mee. Hierdoor ontstaan langgerekte holtes (‘pijpen’) in of onder de dijk door. In de sloot aan de binnenzijde van de dijk borrelt dan zand op: een zandmeevoerende wel in vakjargon. Als het ‘pijpje/tunneltje’ klein blijft, is er geen reden tot zorg, maar als het groter wordt, kan het een kwetsbare  plek in de dijk worden en vraagt het extra aandacht.

Daarnaast heeft het waterschap aandacht voor de bevers die in de uiterwaarden bivakkeren. Het wil weten waar ze zich bevinden en waar ze naar toe trekken als hun verblijven in de uiterwaarden onder water komen te staan. Bevers gaan dan op zoek naar een droog alternatief. Er is dan een kans dat ze richting de dijk trekken en daar gaan graven. Mocht het nodig zijn, dan treft het waterschap maatregelen volgens het beverprotocol.
 
De situatie van de Vecht is niet te vergelijken met die van de IJssel. De Vecht is een regenwaterrivier, maar in het stroomgebied ervan is er relatief weinig neerslag gevallen. Het waterpeil van de Vecht stijgt slechts beperkt. WDODelta verwacht dat de rivier binnen de oevers blijft. Maatregelen zijn hier dan ook niet nodig.

Artikel delen:
Reactie 1
  1. Ik maak elke dag foto’s van het wassende water. Dat is een keer wat anders en wie weet leveren ze later nog veel geld op.


    Maak melding

Reageer